Wat is een 3.1-certificaat?

Een 3.1-certificaat is een materiaal- en inspectiecertificaat voor metalen producten volgens EN 10204. De fabrikant verklaart in dit document dat de geleverde staalproducten voldoen aan de eisen uit de bestelling. Daarnaast bevat het certificaat de resultaten van specifieke keuringen en materiaalproeven.

De officiƫle benaming is inspection certificate 3.1. In de staalbranche worden ook termen gebruikt als materiaalcertificaat, staalcertificaat, fabriekscertificaat, keuringscertificaat, Mill Test Certificate, Mill Test Report, MTC en materiaalattest.

Deze benamingen worden in de praktijk soms door elkaar gebruikt. Voor de formele documentsoort is echter de aanduiding EN 10204 type 3.1 bepalend.

Het certificaat wordt gevalideerd door een bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant die onafhankelijk is van de productieafdeling. Bij een 3.1-certificaat is dus niet standaard een externe keuringsinstantie betrokken.

Welke gegevens staan op een 3.1-certificaat voor staal?

De exacte inhoud van een 3.1-certificaat wordt bepaald door de productnorm, de bestelling en eventuele aanvullende projectspecificaties. Een certificaat voor constructiebuizen kan daardoor andere gegevens bevatten dan een certificaat voor leidingbuizen, plaatstaal, drukvatenstaal of roestvast staal.

Een 3.1-certificaat bevat doorgaans:

  • naam en adresgegevens van de staalfabrikant;
  • certificaatnummer en afgiftedatum;
  • klantnummer, ordernummer of opdrachtnummer;
  • productomschrijving en geleverde hoeveelheid;
  • nominale afmetingen;
  • staalsoort of materiaalkwaliteit;
  • toegepaste productnorm;
  • leveringsconditie;
  • chargenummer of heat number;
  • chemische analyse;
  • mechanische eigenschappen;
  • resultaten van aanvullende beproevingen;
  • verklaring van overeenstemming met de bestelling;
  • validatie door een bevoegde inspectievertegenwoordiger.

Niet iedere buis, plaat of balk wordt afzonderlijk beproefd. De testresultaten gelden voor een vastgelegde keuringseenheid. Dat kan bijvoorbeeld een charge, partij, proefeenheid of combinatie van maat, productvorm en leveringsconditie zijn.

Productgegevens op het materiaalcertificaat

Een materiaalcertificaat moet duidelijk aangeven op welke staalproducten het betrekking heeft. Bij stalen buizen kunnen onder meer de volgende productgegevens zijn opgenomen:

  • buitendiameter;
  • wanddikte;
  • buislengte;
  • aantal buizen;
  • totaalgewicht;
  • productvorm;
  • productiemethode;
  • lasuitvoering;
  • productnorm;
  • leveringsconditie.

Bij gelaste stalen buizen kan bijvoorbeeld staan of het gaat om langsnaadgelaste, spiraalgelaste of hoogfrequent gelaste buizen. Bij naadloze stalen buizen kan de naadloze productiemethode worden vermeld.

De afmetingen op een 3.1-certificaat zijn meestal nominale productgegevens. Het zijn niet automatisch de individueel gemeten afmetingen van elke geleverde buis. Of gemeten waarden, toleranties en maatcontroles worden vermeld, hangt af van de toepasselijke norm en de afgesproken inspectieomvang.

Welke staalsoort en norm staan op een 3.1-certificaat?

Op het certificaat staat de geleverde staalsoort, staalkwaliteit of materiaalaanduiding. Voorbeelden zijn S235JRH, S355J2H, P235GH, P355NH, L290, L360, X52 en X65.

De betekenis van een materiaalnaam hangt af van het gebruikte aanduidingssysteem en de bijbehorende norm. Bij stalen buizen en constructiestaal kan bijvoorbeeld worden verwezen naar:

  • EN 10219 voor koudgevormde gelaste constructieprofielen;
  • EN 10210 voor warmvervaardigde constructieprofielen;
  • EN 10025 voor warmgewalste constructiestaalsoorten;
  • EN 10216 voor naadloze stalen buizen voor druktoepassingen;
  • EN 10217 voor gelaste stalen buizen voor druktoepassingen;
  • EN 10208 voor stalen buizen voor transportleidingen.

Voor andere toepassingen kunnen ook API-, ASTM-, ASME-, NEN- of projectspecifieke normen worden genoemd.

Betekenis van S355J2H op een staalcertificaat

Een veelvoorkomende materiaalaanduiding voor constructiebuizen is S355J2H. Deze aanduiding kan als volgt worden gelezen:

  • S staat voor constructiestaal;
  • 355 verwijst naar de voorgeschreven minimale vloeigrens voor het relevante diktebereik;
  • J2 geeft een kerfslageis bij āˆ’20 °C aan;
  • H staat voor een hol constructieprofiel.

De aanduiding 355 betekent niet dat ieder product onder alle omstandigheden exact een vloeigrens van 355 MPa heeft. De vereiste minimale vloeigrens kan afhankelijk zijn van de materiaaldikte, productvorm en productnorm.

Bij het controleren van een 3.1-certificaat moeten de testresultaten daarom altijd worden vergeleken met de juiste normtabel en het bijbehorende diktebereik.

Leveringsconditie van het staal

Op een staalcertificaat kan ook de leveringsconditie zijn vermeld. Deze geeft aan hoe het staal tijdens of na de productie is behandeld.

Voorbeelden van leveringscondities zijn:

  • warmgewalst;
  • genormaliseerd;
  • normaliserend gewalst;
  • thermomechanisch gewalst;
  • gehard en ontlaten;
  • spanningsarm gegloeid;
  • koudgevormd.

De leveringsconditie kan invloed hebben op eigenschappen zoals sterkte, taaiheid, vervormbaarheid, hardheid en lasbaarheid.

Bij staalsoorten kan de leveringsconditie ook onderdeel zijn van de materiaalaanduiding, bijvoorbeeld met toevoegingen als +N, +M, +AR of +QT. De exacte betekenis moet worden gecontroleerd aan de hand van de toepasselijke productnorm.

Chargenummer, heat number en smeltnummer

Een van de belangrijkste gegevens op een 3.1-certificaat is het chargenummer. Andere veelgebruikte termen zijn heat number, heat code, melt number, smeltnummer en chargecode.

Het chargenummer identificeert de smelt waaruit het staal is vervaardigd. Het vormt de administratieve verbinding tussen het fysieke staalproduct, de productiegegevens en de materiaalproeven.

Via het chargenummer kunnen onder andere de volgende gegevens aan elkaar worden gekoppeld:

  1. de geleverde stalen buis, plaat of balk;
  2. de oorspronkelijke staalcharge;
  3. de chemische samenstelling;
  4. de mechanische testresultaten;
  5. het bijbehorende 3.1-materiaalcertificaat.

Voor volledige traceerbaarheid moet het chargenummer op het certificaat overeenkomen met de markering op het product, het label, de bundel of de begeleidende administratie.

Hoe controleert u of een 3.1-certificaat bij een buis hoort?

Een staalcertificaat hoort aantoonbaar bij een buis wanneer de identificatiegegevens op het document overeenkomen met de productmarkering en de leveringsdocumentatie.

Controleer daarvoor onder meer:

  • het chargenummer;
  • de staalsoort;
  • de buitendiameter;
  • de wanddikte;
  • de lengte;
  • de productnorm;
  • de productiemethode;
  • het order- of positienummer;
  • de geleverde hoeveelheid.

Wanneer een stalen buis wordt gezaagd, gesplitst of verder bewerkt, kan de oorspronkelijke markering verdwijnen. De traceerbaarheid moet dan behouden blijven via een gecontroleerde overdracht van de markering of via een intern registratie- en identificatiesysteem.

Het bezit van een los certificaat bewijst daarom niet automatisch dat dit document bij een specifieke buis hoort. Er moet een aantoonbare koppeling bestaan tussen het product en de certificaatgegevens.

Chemische samenstelling van staal

Op een 3.1-certificaat staat doorgaans de gemeten chemische samenstelling van de betreffende charge. Deze resultaten worden meestal weergegeven als massapercentage.

Afhankelijk van de staalsoort kunnen de volgende elementen worden vermeld:

  • koolstof, C;
  • mangaan, Mn;
  • silicium, Si;
  • fosfor, P;
  • zwavel, S;
  • chroom, Cr;
  • nikkel, Ni;
  • molybdeen, Mo;
  • koper, Cu;
  • aluminium, Al;
  • niobium, Nb;
  • vanadium, V;
  • titanium, Ti;
  • stikstof, N;
  • boor, B.

Bij ongelegeerd constructiestaal zijn vooral koolstof, mangaan, silicium, fosfor en zwavel relevant. Bij gelegeerd staal, hoogsterktestaal en roestvast staal spelen ook elementen als chroom, nikkel, molybdeen, niobium en vanadium een belangrijke rol.

De gemeten waarden moeten binnen de grenswaarden van de toegepaste materiaalspecificatie vallen. Op het certificaat kunnen naast de analyseresultaten ook minimale of maximale normwaarden worden vermeld.

Smeltanalyse en productanalyse

Op materiaalcertificaten kan onderscheid worden gemaakt tussen een smeltanalyse en een productanalyse.

Een smeltanalyse, ook wel cast analysis of heat analysis genoemd, wordt uitgevoerd op de staalcharge of op een representatief monster daarvan. Deze analyse geeft de chemische samenstelling van de smelt weer.

Een productanalyse wordt uitgevoerd op een monster uit het uiteindelijke staalproduct. Door productieprocessen en toegestane analysetoleranties kunnen kleine verschillen bestaan tussen een smeltanalyse en een productanalyse.

Welke analyse verplicht is en welke toleranties gelden, wordt bepaald door de materiaal- of productnorm.

Koolstofequivalent en lasbaarheid

Bij lasbare staalsoorten kan een berekend koolstofequivalent op het 3.1-certificaat staan. Veelgebruikte aanduidingen zijn CEV, CET en Pcm.

Het koolstofequivalent combineert de invloed van koolstof en verschillende legeringselementen in ƩƩn berekende waarde. Deze waarde helpt bij het beoordelen van de lasbaarheid en het risico op koudscheuren of waterstofscheuren.

Een hoger koolstofequivalent kan aanleiding zijn voor aanvullende lasmaatregelen, zoals:

  • voorverwarmen;
  • gecontroleerde warmte-inbreng;
  • toepassing van geschikte lastoevoegmaterialen;
  • beperking van het waterstofgehalte;
  • controle van de interpass-temperatuur.

Het koolstofequivalent is geen afzonderlijk gemeten element. Het is een berekende waarde op basis van de chemische analyse.

De waarde bepaalt bovendien niet zelfstandig welke lasprocedure nodig is. Ook wanddikte, verbindingstype, lasproces, warmte-inbreng, omgevingstemperatuur en waterstofniveau spelen een rol.

Mechanische eigenschappen op een 3.1-certificaat

Een 3.1-certificaat vermeldt de resultaten van de mechanische beproevingen die volgens de productnorm of bestelling vereist zijn.

Eigenschap Aanduiding Betekenis
Vloeigrens ReH, ReL of Rp0,2 Spanning waarbij blijvende vervorming begint of een vastgestelde rek ontstaat
Treksterkte Rm Hoogste nominale spanning tijdens de trekproef
Rek na breuk A Mate waarin het staal plastisch vervormt voordat het breekt
Kerfslagenergie KV Energie die een gekerfde proefstaaf tijdens een slagproef opneemt
Hardheid HBW, HV of HRC Weerstand tegen plaatselijke indrukking of vervorming

De vloeigrens en treksterkte worden doorgaans uitgedrukt in MPa. Eén MPa is gelijk aan één N/mm². De rek na breuk wordt weergegeven als percentage en de kerfslagenergie in joule.

De resultaten moeten worden beoordeeld voor de juiste staalsoort, materiaaldikte, productvorm, proefrichting, leveringsconditie en productnorm. Een mechanische waarde mag daarom niet los van de overige certificaatgegevens worden geĆÆnterpreteerd.

Trekproef van staal

De trekproef is een veelvoorkomende materiaalbeproeving op een 3.1-certificaat. Tijdens deze proef wordt een proefstaaf uitgerekt totdat deze plastisch vervormt en uiteindelijk breekt.

De trekproef kan gegevens opleveren over:

  • bovenste vloeigrens, ReH;
  • onderste vloeigrens, ReL;
  • 0,2%-rekgrens, Rp0,2;
  • treksterkte, Rm;
  • rek na breuk, A;
  • insnoering, Z.

Bij sommige staalsoorten is een duidelijke vloeigrens zichtbaar. Bij andere materialen wordt de conventionele 0,2%-rekgrens gebruikt.

De testresultaten moeten binnen de minimum- en eventuele maximumwaarden van de toepasselijke staalnorm vallen.

Charpy-V-kerfslagproef en taaiheid

Voor staalsoorten met voorgeschreven taaiheid bevat het 3.1-certificaat vaak resultaten van een Charpy-V-kerfslagproef.

Bij deze proef wordt gemeten hoeveel energie een gekerfde proefstaaf bij een vastgelegde temperatuur kan opnemen voordat deze breekt.

Op het certificaat kunnen staan:

  • de testtemperatuur;
  • de afzonderlijke meetwaarden;
  • de gemiddelde kerfslagenergie;
  • de proefrichting;
  • de positie van de proefstaaf;
  • het formaat van de proefstaaf.

Bij S355J2H verwijst J2 naar een voorgeschreven kerfslagenergie van 27 joule bij āˆ’20 °C. De volledige acceptatiecriteria moeten worden beoordeeld aan de hand van de toepasselijke productnorm.

Kerfslagwaarden zijn met name relevant voor staalconstructies die worden blootgesteld aan lage temperaturen, dynamische belastingen, schokbelasting, wisselende belastingen of een verhoogd risico op brosbreuk.

Aanvullende materiaalproeven en keuringen

Naast de chemische analyse en mechanische eigenschappen kan een 3.1-certificaat aanvullende testresultaten of keuringsverklaringen bevatten.

Bij stalen buizen kan het onder meer gaan om:

  • ultrasoon onderzoek, UT;
  • radiografisch onderzoek, RT;
  • wervelstroomonderzoek, ET;
  • magnetisch onderzoek, MT;
  • penetrant onderzoek, PT;
  • hydrostatische drukproef;
  • afplatproef;
  • buigproef;
  • trompproef;
  • uitzetproef;
  • ringtrekproef;
  • lasnaadonderzoek;
  • visuele inspectie;
  • maatcontrole;
  • oppervlaktecontrole.

Niet iedere materiaalproef is voor ieder type stalen buis verplicht. Welke testen worden uitgevoerd, hangt af van de productnorm, productiemethode, toepassing en aanvullende eisen uit de bestelling.

Een constructiebuis volgens EN 10219 wordt bijvoorbeeld volgens andere criteria gekeurd dan een stalen leidingbuis voor druktoepassingen of een olie- en gasleiding volgens een API-specificatie.

Niet-destructief onderzoek van stalen buizen

Niet-destructief onderzoek, vaak aangeduid als NDO of NDT, wordt gebruikt om materiaal- of lasfouten op te sporen zonder het product te beschadigen.

Voorbeelden zijn:

  • ultrasoon onderzoek van de lasnaad of het basismateriaal;
  • radiografisch onderzoek van lasverbindingen;
  • wervelstroomonderzoek van het buisoppervlak;
  • magnetisch onderzoek van ferromagnetisch staal.

Op een 3.1-certificaat kan staan dat het product een bepaald niet-destructief onderzoek heeft doorstaan. Soms worden de gebruikte norm, onderzoeksmethode, acceptatieklasse en testdatum vermeld.

De aanwezigheid van een NDO-vermelding betekent niet automatisch dat de gehele buis volgens iedere mogelijke methode is onderzocht. De exacte onderzoeksomvang moet uit het certificaat, de productnorm of de aanvullende inspectiedocumentatie blijken.

Verklaring van overeenstemming

Een type 3.1-certificaat bevat een verklaring van overeenstemming waarin de fabrikant bevestigt dat de geleverde producten voldoen aan de eisen uit de bestelling.

Daarbij kunnen worden genoemd:

  • de staalsoort;
  • de productnorm;
  • de technische leveringsvoorwaarden;
  • aanvullende klanteisen;
  • order- of positienummers;
  • uitgevoerde inspecties;
  • testresultaten.

Deze verklaring wordt afgegeven door de fabrikant en heeft betrekking op de producten en keuringseenheden die op het certificaat zijn geĆÆdentificeerd.

Wie ondertekent een 3.1-certificaat?

Een 3.1-certificaat wordt gevalideerd door een bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant die onafhankelijk is van de productieafdeling.

Dit kan bijvoorbeeld een medewerker zijn van:

  • de kwaliteitsafdeling;
  • de inspectiedienst;
  • het materiaallaboratorium;
  • quality assurance;
  • quality control.

Een elektronisch opgesteld of digitaal gevalideerd certificaat kan geldig zijn. Een handgeschreven handtekening is niet altijd vereist.

Belangrijker is dat de identiteit van de fabrikant, de bevoegdheid van de ondertekenaar, het certificaatnummer, de documentintegriteit en de koppeling met het geleverde staal controleerbaar zijn.

Verschil tussen een 3.1- en 3.2-certificaat

Een 3.1- en een 3.2-certificaat bevatten beide een verklaring van overeenstemming en resultaten van specifieke inspecties. Het belangrijkste verschil is wie het document valideert.

Certificaattype Validatie
EN 10204 type 3.1 Bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant, onafhankelijk van de productieafdeling
EN 10204 type 3.2 Bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant Ʃn de bevoegde inspectievertegenwoordiger van de afnemer of een officieel aangewezen inspecteur

Een 3.2-certificaat omvat dus aanvullende onafhankelijke verificatie.

Het is niet juist om ieder 3.2-certificaat automatisch een TÜV-certificaat, DNV-certificaat of Lloyd’s-certificaat te noemen. Welke externe partij betrokken is, moet blijken uit de bestelling, inspectieprocedure en het certificaat.

Verschil tussen een 2.2- en 3.1-certificaat

Bij een 2.2-certificaat verklaart de fabrikant eveneens dat het product aan de bestelling voldoet. De opgenomen testresultaten zijn echter niet noodzakelijk afkomstig van de daadwerkelijk geleverde producten of de bijbehorende keuringseenheid.

Een 3.1-certificaat bevat resultaten van specifieke inspecties die zijn uitgevoerd op de voorgeschreven keuringseenheid.

Daardoor biedt een 3.1-certificaat meer productspecifieke informatie over de chemische samenstelling, mechanische eigenschappen, materiaalproeven, traceerbaarheid, het chargenummer en de overeenstemming met de productnorm.

Hoe controleert u een 3.1-certificaat?

Bij het controleren van een 3.1-certificaat is het niet voldoende om alleen te kijken of de aanduiding EN 10204 type 3.1 op het document staat. De inhoud moet aantoonbaar aansluiten op de geleverde staalproducten.

Controleer minimaal:

  • de naam van de oorspronkelijke fabrikant;
  • het certificaatnummer;
  • de afgiftedatum;
  • de documentsoort EN 10204 type 3.1;
  • het order- of positienummer;
  • de productomschrijving;
  • de staalsoort;
  • de productnorm;
  • de leveringsconditie;
  • de buitendiameter;
  • de wanddikte;
  • de lengte;
  • de hoeveelheid;
  • het chargenummer;
  • de chemische analyse;
  • de mechanische testresultaten;
  • het relevante diktebereik;
  • aanvullende keuringen;
  • validatie door een bevoegde vertegenwoordiger.

Controleer daarnaast of alle pagina’s, bijlagen en testtabellen bij hetzelfde certificaatnummer horen.

Bij een levering met meerdere chargenummers kunnen meerdere sets analyseresultaten of meerdere certificaten nodig zijn. EƩn materiaalcertificaat mag niet zonder aantoonbare koppeling worden gebruikt voor producten uit een andere charge.

Waar moet u op letten bij een staalcertificaat?

Een staalcertificaat kan technisch volledig lijken, maar toch niet bij het geleverde product horen. Let daarom op mogelijke afwijkingen, zoals:

  • een afwijkend chargenummer;
  • een andere staalsoort;
  • een verkeerde buisdiameter;
  • een afwijkende wanddikte;
  • een andere productnorm;
  • ontbrekende testresultaten;
  • onlogische certificaatnummers;
  • onduidelijke herkomst van de gegevens;
  • ontbrekende pagina’s;
  • gewijzigde of slecht leesbare gegevens;
  • ontbrekende validatie.

Ook moet worden gecontroleerd of de testwaarden logisch zijn voor de opgegeven staalsoort. Onwaarschijnlijke chemische waarden, onjuiste eenheden of resultaten die niet bij het diktebereik passen, kunnen aanleiding zijn voor nader onderzoek.

Wat bewijst een 3.1-certificaat?

Een geldig 3.1-certificaat toont aan dat de fabrikant verklaart dat de geĆÆdentificeerde staalproducten voldoen aan de eisen uit de bestelling. Het document bevat bovendien resultaten van specifieke inspecties voor de vastgelegde keuringseenheid.

Het certificaat ondersteunt de controle van:

  • materiaalidentiteit;
  • herkomst van het staal;
  • traceerbaarheid;
  • chemische samenstelling;
  • mechanische eigenschappen;
  • staalsoort;
  • productnorm;
  • leveringsconditie;
  • uitgevoerde materiaalproeven.

Een 3.1-certificaat is daarmee een belangrijk document bij kwaliteitsborging, materiaalcontrole, inkoopinspectie en projectdocumentatie.

Wat bewijst een 3.1-certificaat niet?

Een 3.1-certificaat bewijst niet automatisch dat een stalen buis geschikt is voor iedere constructie, fundering of leidingtoepassing.

De uiteindelijke geschiktheid hangt ook af van:

  • buitendiameter;
  • wanddikte;
  • maattoleranties;
  • belastingen;
  • kniklengte;
  • corrosieomstandigheden;
  • verbindingen;
  • laskwaliteit;
  • bodemgesteldheid;
  • vermoeiingsbelasting;
  • toepasselijke ontwerp- en uitvoeringsnormen.

Het materiaalcertificaat vervangt daarom geen constructieve berekening, funderingsberekening, lasmethodekwalificatie, laskwalificatie, inspectie van uitgevoerde lassen, CE-documentatie, prestatieverklaring, productkeuring of eindinspectie van de constructie.

Een 3.1-certificaat heeft primair betrekking op de overeenstemming, materiaaleigenschappen, testresultaten en traceerbaarheid van het geleverde staalproduct.

Vragen over een 3.1-certificaat of staaltraceerbaarheid?

Wilt u een 3.1-certificaat laten controleren of heeft u vragen over de staalsoort, het chargenummer, de testresultaten of de koppeling met een stalen buis? Neem dan contact op met Solines.

šŸ“ž 0168 – 35 66 55
āœ‰ļø sales@solines.nl

Meer weten?

Meer weten over onze voorraad of buizen met een andere diameter of wanddikte? Wij denken graag met u mee.

Meer nieuws bij Solines

Daarom kiest u voor Solines

Vraag een offerte aan

Vraag geheel vrijblijvend een offerte aan

Het duurt maar 2 minuten en u ontvangt de offerte altijd binnen 24 uur. Heeft u een andere vraag? Bel ons dan.