Wat is een stempelbuis?

Een stempelbuis is een stalen drukstaaf die bouwkuipwanden ondersteunt en horizontale grond- en waterdruk tussen tegenoverliggende wanden overdraagt.

De buis wordt meestal horizontaal tussen twee wanden van een bouwkuip of bouwput geplaatst. Een diagonale uitvoering is eveneens mogelijk, bijvoorbeeld als schoorstempel. Stempelbuizen maken doorgaans deel uit van een tijdelijk of permanent stempelraam.

De term stempelbuis beschrijft vooral de constructieve functie van de buis. Het is geen afzonderlijke productnorm of vaste afmetingsklasse. In de bouw, civiele techniek en funderingstechniek worden ook benamingen gebruikt zoals buisstempel, stalen stempel, ondersteuningsbuis en afstempeling.

Een zware stalen stempelbuis voor een bouwkuip moet niet worden verward met een verstelbare bouwstempel voor het tijdelijk ondersteunen van vloeren, bekistingen of lateien.

Waarvoor dient een stempelbuis?

De belangrijkste functie van een stempelbuis is het opnemen van horizontale belastingen en het beperken van vervormingen van een grondkerende wand. Tijdens het ontgraven verdwijnt de ondersteunende werking van de grond aan de binnenzijde van de bouwkuip. Aan de buitenzijde blijven gronddruk, grondwaterdruk en eventuele bovenbelastingen aanwezig.

Deze belastingen kunnen een damwand, combiwand, diepwand, secanspalenwand of andere bouwputbeschoeiing naar binnen drukken. Een stempelraam verkleint de vrije overspanning van de wand en vormt ƩƩn of meer horizontale steunpunten.

Hierdoor kunnen buigende momenten, wandverplaatsingen en vervormingen van de omliggende grond worden beheerst. Dit is vooral belangrijk wanneer gebouwen, funderingen, wegen, spoorlijnen, kabels of leidingen dicht bij de ontgraving liggen.

Een stempelbuis wordt onder meer gebruikt om:

  • damwanden en andere bouwkuipwanden af te stempelen;
  • grond- en waterdruk naar een tegenoverliggende wand over te dragen;
  • het naar binnen bewegen van een bouwputwand te beperken;
  • tijdelijke stabiliteit tijdens gefaseerd ontgraven te waarborgen;
  • vervormingen van de bouwkuip en de omliggende grond te beheersen;
  • een intern alternatief te bieden voor grondankers.

Hoe werkt een stempelbuis in een bouwkuip?

De horizontale belasting vanuit de grond wordt eerst opgenomen door de bouwkuipwand. Aan de binnenzijde van deze wand wordt meestal een horizontale stalen gording aangebracht. Deze ligger wordt ook aangeduid als gordingbalk, waling of waler.

De gording verdeelt de belasting over meerdere stempelposities. Via een kopplaat, eindplaat of ander aansluitdetail wordt de kracht vanuit de gording in de stempelbuis geleid. Een horizontale buisstempel brengt deze kracht vervolgens over naar de bouwkuipwand aan de overzijde.

De stalen buis wordt daarbij hoofdzakelijk axiaal op druk belast. Door eigengewicht, montagetoleranties, vervormingen en excentrische aansluitingen kunnen echter ook buigende momenten en dwarskrachten ontstaan.

De krachtsafdracht verloopt in hoofdlijnen via:

  1. de grond en het grondwater;
  2. de grondkerende bouwkuipwand;
  3. de gording of waling;
  4. de stempelkop en verbinding;
  5. de stalen stempelbuis;
  6. de tegenoverliggende bouwkuipwand.

Een buisstempel functioneert daarom nooit volledig los van de omliggende constructie. De stijfheid en weerstand van de gordingen, kopplaten, consoles, verstijvingsschotten, lassen en boutverbindingen zijn eveneens bepalend voor het constructieve gedrag.

Wanneer wordt een stempelbuis toegepast?

Een stempelbuis in een bouwkuip wordt toegepast wanneer een grondkerende wand niet veilig of niet met voldoende beperkte vervorming vrij kan uitkragen. De noodzaak volgt uit een geotechnische en constructieve berekening.

Een stempelraam kan nodig zijn bij:

  • een grote ontgravingsdiepte;
  • een hoge grondwaterstand;
  • slappe of sterk samendrukbare bodemlagen;
  • zware bovenbelastingen naast de bouwput;
  • een grote afstand tussen tegenoverliggende bouwkuipwanden;
  • strenge eisen aan de maximaal toegestane wandverplaatsing;
  • gevoelige bebouwing of infrastructuur naast de ontgraving;
  • onvoldoende ruimte of toestemming voor grondankers.

In dichtbebouwd gebied kunnen bewegingen van een bouwkuipwand leiden tot grondvervorming en zettingen achter de wand. Een voldoende stijf en correct aangebracht stempelraam helpt deze vervormingen te beperken.

Interne afstempeling is ook relevant wanneer grondankers buiten de perceelgrens zouden komen of in aanraking kunnen komen met bestaande funderingen, kabels, leidingen of andere ondergrondse objecten. De krachtsafdracht blijft dan binnen de bouwkuip.

Een belangrijk aandachtspunt is dat stempelbuizen werkruimte innemen. Ze kunnen graafwerk, hijswerk, betonstorten en intern bouwverkeer bemoeilijken. De indeling van het stempelraam moet daarom zowel constructief als uitvoeringstechnisch worden afgestemd.

Veelvoorkomende toepassingen van stalen stempelbuizen

Stalen stempelbuizen worden vooral gebruikt bij tijdelijke bouwkuipen en andere grondkerende hulpconstructies. Afhankelijk van het ontwerp kunnen stempels ook onderdeel zijn van een langdurige of permanente constructie.

Typische toepassingen zijn:

  • bouwkuipen voor kelders en funderingen;
  • ondergrondse parkeergarages;
  • tunnelbakken en onderdoorgangen;
  • stationsbakken en spoorprojecten;
  • diepe sleuven voor rioleringen en leidingen;
  • bouwputten voor gemalen en technische installaties;
  • bouwkuipen bij brugpijlers en landhoofden;
  • kades, sluizen en andere waterbouwkundige werken;
  • tijdelijke kofferdammen en damwandkuipen;
  • renovaties waarbij constructies tijdelijk moeten worden gestut.

Bij een relatief ondiepe bouwput kan ƩƩn stempelniveau voldoende zijn. Bij een diepe bouwkuip kunnen meerdere stempelramen boven elkaar nodig zijn. De verticale afstand tussen de niveaus hangt af van de grondbelasting, waterdruk, wandstijfheid, ontgravingsfasering en toegestane vervorming.

Uit welke onderdelen bestaat een stempelraam?

Een stempelraam voor een bouwkuip bestaat uit een samenstel van stalen onderdelen. De precieze uitvoering verschilt per project.

Een stempelconstructie kan de volgende elementen bevatten:

  • horizontale gordingbalken;
  • ronde stalen stempelbuizen;
  • diagonale schoorstempels;
  • kopplaten en eindplaten;
  • hoekstukken en knoopplaten;
  • consoles aan de bouwkuipwand;
  • verstijvingsschotten;
  • gelaste of geboute verbindingen;
  • stelstukken, vijzels of andere voorspanvoorzieningen;
  • tijdelijke montage-, hijs- en hulpvoorzieningen.

Tussen een damwand en een gording kunnen door walstoleranties, hoekverdraaiingen en installatietoleranties plaatselijk spleten ontstaan. Deze ruimten moeten volgens het ontwerp worden opgevuld, bijvoorbeeld met stalen vulplaten, pasdelen of groutvoorzieningen.

De kopplaten en verstijvingsschotten verdelen de geconcentreerde stempelkracht over de buis en de gording. Een onvoldoende stijve kopplaat of een excentrische aansluiting kan naast normaalkracht ook extra buiging in de stempel veroorzaken.

Waarom wordt een ronde stalen buis als stempel gebruikt?

Een ronde stalen buis heeft in iedere richting rond de lengteas dezelfde doorsnede-eigenschappen. De buigstijfheid is daardoor niet afhankelijk van de richting waarin een zijdelingse belasting, initiƫle kromming of montageafwijking optreedt.

Een buisprofiel combineert een relatief grote diameter met een holle doorsnede. Hierdoor kan een gunstige buig- en knikstijfheid worden bereikt zonder dat de doorsnede massief is. Ronde buizen zijn daardoor geschikt voor lange overspanningen en hoge drukkrachten.

Een stempelbuis kan geometrisch worden beschouwd als een circular hollow section of rond hol profiel. Niet iedere gebruikte stalen buis is echter automatisch geproduceerd en gecertificeerd als constructief buisprofiel volgens EN 10210 of EN 10219.

Naast ronde buizen kunnen ook H-profielen, kokerprofielen, samengestelde liggers en vakwerkstempels worden gebruikt. De geschikte oplossing hangt af van de belasting, overspanning, beschikbare inbouwhoogte, aansluitingen, montagewijze en benodigde vrije werkruimte.

Spiraalgelaste en langsnaadgelaste stempelbuizen

Voor stempelconstructies kunnen zowel spiraalgelaste als langsnaadgelaste buizen worden gebruikt. Bij een spiraalgelaste buis loopt de las schroefvormig rond de buis. Bij een langsnaadgelaste buis loopt de hoofdlas evenwijdig aan de lengteas.

De lasvorm bepaalt niet zelfstandig of een buis geschikt is als bouwkuipstempel. De constructieve geschiktheid wordt onder meer bepaald door:

  • buitendiameter en wanddikte;
  • staalkwaliteit en vloeigrens;
  • productiewijze en productnorm;
  • kwaliteit en toestand van de lasnaden;
  • rechtheid en ovaliteit;
  • geometrische toleranties;
  • materiaalcertificaten en traceerbaarheid;
  • aanwezige beschadigingen of corrosie;
  • berekende drukbelasting en kniklengte.

Ook een gebruikte of surplus stalen buis kan als stempel worden beoordeeld. De eigenschappen moeten dan voldoende aantoonbaar zijn en de buis moet voor de nieuwe toepassing constructief worden geverifieerd.

Welke afmetingen heeft een stempelbuis?

Er bestaat geen universele standaarddiameter of wanddikte voor een stempelbuis. De juiste afmetingen volgen uit de berekende stempelkracht, de vrije lengte, de oplegging, de materiaaleigenschappen en de uitvoeringssituatie.

Belangrijke geometrische kenmerken zijn:

  • buitendiameter;
  • wanddikte;
  • totale buislengte;
  • vrije overspanning;
  • effectieve kniklengte;
  • doorsnede-oppervlak;
  • traagheidsmoment;
  • elastisch weerstandsmoment;
  • diameter-wanddikteverhouding.

Een grotere diameter verhoogt doorgaans de buigstijfheid en kan de gevoeligheid voor globale knik verminderen. Een grotere wanddikte vergroot het staaloppervlak en beĆÆnvloedt de weerstand van de doorsnede.

De vragen welke diameter stempelbuis is nodig? en welke wanddikte is geschikt voor een bouwkuipstempel? kunnen niet met ƩƩn algemene maat worden beantwoord. Een buis die geschikt is voor een korte stempel kan bij een grotere overspanning door knik ongeschikt zijn.

Welke krachten werken op een stempelbuis?

Een stempelbuis wordt hoofdzakelijk belast door axiale drukkracht. In de praktijk werkt deze kracht zelden volledig centrisch. Door eigengewicht, vervormingen, maatafwijkingen, een scheve kopplaat of een excentrische aansluiting kunnen ook buigende momenten en dwarskrachten ontstaan.

Bij de berekening van een stalen buisstempel worden onder meer gecontroleerd:

  • weerstand tegen axiale druk;
  • globale knik van de volledige stempel;
  • lokale instabiliteit van de buiswand;
  • gecombineerde druk en buiging;
  • doorbuiging door het eigengewicht;
  • stijfheid van de stempelkop;
  • weerstand van lassen en boutverbindingen;
  • draagkracht van de gording en consoles;
  • tijdelijke en toevallige belastingen tijdens de uitvoering.

Een lange stempel kan uitknikken voordat de volledige vloeigrens van het staal wordt benut. Een hogere staalkwaliteit leidt daarom niet automatisch tot een evenredig hogere draagkracht. De slankheid, effectieve kniklengte en stijfheid van de aansluitingen blijven bepalend.

Knikberekening en lokale instabiliteit

Bij een knikberekening van een stempelbuis wordt onderzocht of de drukstaaf zijdelings instabiel kan worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de lengte, doorsnede, materiaalsterkte, randvoorwaarden en geometrische imperfecties.

De effectieve kniklengte is afhankelijk van de manier waarop de uiteinden tegen verplaatsing en rotatie worden ondersteund. Wanneer een aansluiting in werkelijkheid minder stijf is dan in de berekening is aangenomen, kan de kniklengte toenemen en de beschikbare knikweerstand afnemen.

Naast globale knik kan lokale instabiliteit van de buiswand optreden. Vooral bij een grote buitendiameter in combinatie met een relatief geringe wanddikte moet lokale plaatinstabiliteit of de doorsnedeklasse worden beoordeeld.

Temperatuur en uitvoeringsbelastingen

Stalen stempels kunnen door zoninstraling sterk opwarmen. Wanneer een buis tussen twee relatief stijve steunpunten is opgesloten, kan thermische uitzetting leiden tot een toename van de drukkracht.

Bij een temperatuurverschil tussen de zon- en schaduwzijde kan ook buiging ontstaan. Temperatuureffecten zijn daarom vooral bij lange stempelbuizen en langdurige tijdelijke constructies een relevant ontwerpaspect.

Ook toevallige belastingen kunnen van invloed zijn. Voorbeelden zijn een hijslast die tegen een stempel botst, grond die op een buis terechtkomt of materieel dat een onderdeel van het stempelraam raakt.

Een stempelbuis mag niet zonder beoordeling als loopbrug, opslagplaats of ondersteuning voor bouwmaterieel worden gebruikt. Voor dergelijke functies zijn afzonderlijke voorzieningen nodig.

Voorspannen van stempelbuizen

Een stempelbuis kan met vijzels worden voorgespannen. Daarbij wordt vóór het verder ontgraven een gecontroleerde drukkracht in de stempel aangebracht. Hierdoor worden spleten en speling in het ondersteuningssysteem verminderd.

Het voorspannen van een stempelraam kan ervoor zorgen dat de stempel eerder actief wordt en aanvullende vervorming van de damwand en de grond achter de wand wordt beperkt.

De voorspankracht moet worden afgestemd op het geotechnische en constructieve ontwerp. Een te lage voorspanning kan onvoldoende effect hebben, terwijl een te hoge voorspanning ongewenste krachten en vervormingen kan veroorzaken.

Welke staalsoorten worden voor stempelbuizen gebruikt?

Voor stempelbuizen worden vaak constructiestaalsoorten uit de S235- en S355-families gebruikt. Mogelijke aanduidingen zijn onder meer S235JR, S235JRH, S355J0H en S355J2H. De correcte benaming hangt af van de oorspronkelijke productvorm en productnorm.

Bij constructieve buisprofielen geeft de letter H aan dat de staalsoort voor een hol profiel is gespecificeerd. Toevoegingen zoals J0 en J2 verwijzen naar eisen aan de kerfslagtaaiheid bij een bepaalde beproevingstemperatuur.

De materiaalkeuze hangt onder meer af van:

  • de vereiste vloeigrens;
  • treksterkte en taaiheid;
  • wanddikte;
  • lasbaarheid;
  • gebruikstemperatuur;
  • uitvoerings- en verbindingseisen;
  • certificering en traceerbaarheid.

Een hogere vloeigrens kan de weerstand van de doorsnede verhogen, maar heeft bij een slanke stempel niet automatisch hetzelfde effect op de knikweerstand. De constructeur moet uitgaan van de aantoonbare eigenschappen van de werkelijk beschikbare buis.

Welke productnormen kunnen van toepassing zijn?

Koudvervaardigde gelaste constructieve buisprofielen kunnen volgens NEN-EN 10219 zijn geproduceerd. Warmvervaardigde constructieve buisprofielen kunnen onder NEN-EN 10210 vallen.

Een stempelbuis valt niet automatisch onder een van deze normen. Grote stalen buizen kunnen ook volgens andere buisnormen, plaatspecificaties of klantspecificaties zijn geproduceerd.

De oorspronkelijke productnorm kan van invloed zijn op:

  • de staalbenaming;
  • mechanische eigenschappen;
  • chemische samenstelling;
  • geometrische toleranties;
  • beproevingen en inspecties;
  • markeringen en traceerbaarheid.

De documentatie en werkelijke eigenschappen van de partij moeten daarom worden gecontroleerd. Alleen een overeenkomstige diameter en wanddikte zijn onvoldoende om twee buizen als constructief gelijkwaardig te beschouwen.

Materiaalcertificaten en traceerbaarheid

Voor constructieve toepassingen kan een keuringsdocument volgens EN 10204 worden gevraagd. Een veelvoorkomend document is het 3.1-certificaat.

Een 3.1-certificaat kan informatie bevatten over:

  • staalsoort en productnorm;
  • chemische samenstelling;
  • mechanische eigenschappen;
  • trekproefresultaten;
  • kerfslagwaarden;
  • afmetingen;
  • chargenummer of heat number;
  • fabrikant en keuringsgegevens.

Het certificaat moet aantoonbaar aan de geleverde stempelbuizen kunnen worden gekoppeld. Een 3.1-certificaat vormt geen constructieve berekening en is geen automatische goedkeuring voor toepassing als bouwkuipstempel.

Bij surplusbuizen kan de beschikbare documentatie per partij verschillen. Ontbrekende materiaaleigenschappen mogen niet zonder onderbouwing worden aangenomen. Waar nodig zijn aanvullende verificatie, materiaalonderzoek of aangepaste ontwerpuitgangspunten vereist.

Welke normen gelden voor een stempelraam?

Voor het ontwerp van een gestempelde bouwkuip zijn zowel constructieve als geotechnische normen relevant. De contractueel aangewezen normversies, nationale bijlagen en projectspecificaties zijn daarbij leidend.

Relevante normen kunnen onder meer zijn:

  • NEN-EN 1993-1-1 voor de algemene berekening van staalconstructies;
  • NEN-EN 1993-1-8 voor verbindingen en knooppunten;
  • relevante delen van Eurocode 3 voor grondkerende staalconstructies;
  • NEN 9997-1 voor het geotechnisch ontwerp in Nederland;
  • NEN-EN 1090-2 voor de uitvoering van staalconstructies, waar van toepassing;
  • NEN-EN 10219 of NEN-EN 10210 wanneer de buis onder deze productnorm valt;
  • EN 10204 voor keuringsdocumenten van metalen producten.

De geotechnisch constructeur bepaalt onder meer de grond- en waterbelastingen, stabiliteit en verwachte wandvervorming. De staalconstructeur controleert de stempelbuizen, gordingen, kopplaten, lassen, boutverbindingen en knooppunten.

Alle onderdelen moeten als ƩƩn samenhangend ondersteuningssysteem worden beschouwd. Ook iedere tijdelijke ontgravings- en montagefase moet worden beoordeeld.

Hoe worden stempelbuizen aangebracht?

Na het plaatsen van de damwand of een andere grondkerende wand wordt de bouwkuip gefaseerd ontgraven. Zodra het niveau van het eerste stempelraam is bereikt, worden consoles, gordingen en stempelbuizen gemonteerd.

Een gebruikelijke uitvoeringsvolgorde is:

  1. aanbrengen van de bouwkuipwanden;
  2. ontgraven tot het eerste stempelniveau;
  3. inmeten en monteren van consoles en gordingen;
  4. inhijsen en aansluiten van de stempelbuizen;
  5. controleren en eventueel voorspannen van het stempelraam;
  6. verder ontgraven tot een volgend stempelniveau;
  7. herhalen van de werkzaamheden bij meerdere stempelramen;
  8. realiseren van de permanente constructie;
  9. gefaseerd verwijderen van de tijdelijke ondersteuning.

Voordat de bouwkuip verder wordt ontgraven, moeten de maatvoering, verbindingen, lassen en verstijvingen zijn gecontroleerd. Eventueel voorgeschreven lasonderzoeken en andere beproevingen moeten eveneens zijn uitgevoerd.

De tijdelijke bouwfasen kunnen maatgevend zijn. Tijdens het ontgraven veranderen namelijk de grondbelasting, vrije wandlengte, positie van steunpunten en krachten in de stempels.

Bottom-up- en top-down-bouwmethode

Bottom-up-methode

Bij de bottom-up-methode wordt de bouwkuip van boven naar beneden ontgraven. Naarmate de ontgraving dieper wordt, worden tijdelijke stempelramen aangebracht.

Vervolgens wordt de permanente constructie vanaf de bodem opgebouwd. De tijdelijke stempels worden gefaseerd verwijderd wanneer vloeren of andere constructiedelen de horizontale krachten veilig kunnen overnemen.

Top-down-methode

Bij de top-down-methode wordt een permanente dak- of vloerconstructie al in een vroege bouwfase gerealiseerd. Deze constructie kan tijdens het verdere ontgraven als horizontale ondersteuning van de bouwkuipwand functioneren.

Daardoor kunnen tijdelijke stempels soms gedeeltelijk vervallen. De methode stelt echter andere eisen aan de fundering, detaillering, bouwvolgorde en logistiek.

Stempelbuis, grondanker of schuine stempel?

Ondersteuningssysteem Kenmerkend voordeel Belangrijk aandachtspunt
Horizontale stempelbuis De krachtsafdracht blijft binnen de bouwkuip Neemt werkruimte in en kan bouwverkeer hinderen
Grondanker De binnenzijde van de bouwput blijft grotendeels vrij Vereist geschikte grond en ruimte buiten de wand
Schuine stempel of raker Draagt kracht af naar een interne fundatie of vloer Neemt lokaal veel vloer- en werkruimte in
Permanente vloer als stempel Kan tijdelijke ondersteuning gedeeltelijk vervangen Vereist aangepaste bouwfasering en detaillering
Vakwerkstempel Kan geschikt zijn voor grote overspanningen en belastingen Heeft complexere knooppunten, fabricage en montage

De keuze tussen een stempelbuis, grondanker of ander ondersteuningssysteem wordt bepaald door de bouwkuipafmetingen, bodemgesteldheid, omgevingsrisico’s, perceelgrenzen, vervormingseisen en beschikbare werkruimte.

Inspectie en monitoring van het stempelraam

Tijdens de montage en gebruiksfase moeten de stempelbuizen en aansluitingen regelmatig worden geĆÆnspecteerd. De controlefrequentie en meetmethoden worden afgestemd op het ontwerp en het risicoprofiel van de bouwkuip.

Belangrijke inspectiepunten zijn:

  • positie en uitlijning van de stempels;
  • toestand en rechtheid van de buizen;
  • kopplaten en verstijvingsschotten;
  • las- en boutverbindingen;
  • aansluiting tussen gording en bouwkuipwand;
  • tekenen van knik of plaatselijke vervorming;
  • beschadigingen door graaf- of hijsmaterieel;
  • onverwachte grond-, water- of materiaalbelastingen.

Naast visuele inspectie kan niet-destructief onderzoek van lassen nodig zijn. Wandverplaatsingen kunnen bijvoorbeeld met landmeetkundige metingen of inclinometingen worden gevolgd. Stempelkrachten kunnen in specifieke gevallen met sensoren of krachtmeetsystemen worden gemonitord.

Meetwaarden worden vergeleken met vooraf vastgelegde signalerings-, grens- en interventiewaarden. Een onverwachte toename van vervorming of stempelkracht kan aanleiding zijn om de ontgravingsvolgorde aan te passen of aanvullende ondersteuning aan te brengen.

Een stempelbuis mag niet zonder constructieve beoordeling worden ingekort, doorgebrand, verplaatst of verwijderd. Een plaatselijke wijziging kan de krachtsverdeling en stabiliteit van het volledige stempelraam beĆÆnvloeden.

Kunnen stempelbuizen worden hergebruikt?

Stalen stempelbuizen kunnen bij tijdelijke werken worden hergebruikt wanneer hun geschiktheid voor de nieuwe toepassing opnieuw wordt aangetoond. Een eerdere succesvolle toepassing betekent niet automatisch dat een buis ook geschikt is voor een andere overspanning of belasting.

Bij de beoordeling van een gebruikte stempelbuis wordt onder meer gelet op:

  • rechtheid en initiĆ«le kromming;
  • deuken en plaatselijke vervormingen;
  • ovaliteit;
  • corrosie en wanddikteverlies;
  • toestand van langs- of spiraallassen;
  • lasresten, gaten en aangebrachte hulpstukken;
  • eerdere reparaties en inkortingen;
  • materiaalcertificaten en traceerbaarheid.

Na verwijdering van kopplaten of andere gelaste onderdelen kunnen plaatselijke beschadigingen en spanningsconcentraties achterblijven. Deze zones moeten worden meegenomen bij inspectie en eventuele herberekening.

Welke stempelbuis is geschikt voor een bouwkuip?

De keuze van een geschikte stempelbuis kan niet uitsluitend worden gebaseerd op diameter, wanddikte of staalsoort. De constructieve geschiktheid volgt uit de combinatie van belasting, lengte, doorsnede, materiaal, aansluitingen en bouwfasering.

Voor het selecteren en berekenen van een stalen bouwkuipstempel zijn onder meer gegevens nodig over:

  • de berekende stempelkracht;
  • de breedte en geometrie van de bouwkuip;
  • de vrije en effectieve kniklengte;
  • het aantal stempelniveaus;
  • de hart-op-hartafstand tussen de stempels;
  • buitendiameter en wanddikte;
  • staalsoort en materiaaleigenschappen;
  • kopplaten, gordingen en verbindingen;
  • materiaalcertificaten en productnorm;
  • montage-, voorspan- en verwijderingsmethode;
  • temperatuur- en uitvoeringsbelastingen.

Een stempelbuis voor een damwand of bouwkuip is daarmee een constructief onderdeel van een integraal ondersteuningssysteem. De beoordeling moet betrekking hebben op de stalen buis, het volledige stempelraam, de grondkerende wand en iedere relevante uitvoeringsfase.

Stempelbuizen voor uw bouwkuip of funderingsproject

Zoekt u stalen buizen voor een stempelraam, damwandconstructie of tijdelijke ondersteuning? Solines helpt u bij het vinden van buizen met passende afmetingen, staalsoort en materiaaldocumentatie.

šŸ“ž Telefoon: 0168 – 35 66 55
āœ‰ļø E-mail: sales@solines.nl

Meer weten?

Meer weten over onze voorraad of buizen met een andere diameter of wanddikte? Wij denken graag met u mee.

Meer nieuws bij Solines

Daarom kiest u voor Solines

Vraag een offerte aan

Vraag geheel vrijblijvend een offerte aan

Het duurt maar 2 minuten en u ontvangt de offerte altijd binnen 24 uur. Heeft u een andere vraag? Bel ons dan.