Wat betekent een ontbrekend staalcertificaat?

Wanneer een staalcertificaat ontbreekt, kan niet via het vereiste inspectiedocument worden aangetoond dat het geleverde staal overeenkomt met de bestelling, productnorm en projectspecificatie. Het staal is daardoor niet automatisch ongeschikt, afgekeurd of van slechte kwaliteit, maar de documentaire onderbouwing van de materiaaleigenschappen kan onvoldoende zijn.

De gevolgen van een ontbrekend materiaalcertificaat hangen af van de toepassing en de vooraf vastgelegde eisen. Voor een niet-dragend hulpmiddel kunnen andere documentatie-eisen gelden dan voor een dragende staalconstructie, funderingsbuis, buispaal, drukleiding, machineonderdeel of offshoreconstructie. Bij constructieve en veiligheidskritische toepassingen kan het ontbreken van een certificaat leiden tot quarantaine, aanvullende materiaalkeuring, herbeproeving of afwijzing.

Wat is een staalcertificaat?

Een staalcertificaat is een inspectiedocument waarin de fabrikant verklaart in hoeverre een geleverd staalproduct aan de overeengekomen technische eisen voldoet. Het document wordt ook aangeduid als materiaalcertificaat, keuringscertificaat, inspectiecertificaat, fabriekscertificaat of mill certificate.

De norm EN 10204 beschrijft vier typen inspectiedocumenten voor metalen producten: type 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2. Deze typen verschillen onder meer in de aard van de verklaring, de opgenomen beproevingsresultaten en de partij die het document valideert.

Bij stalen buizen, holle profielen, plaatstaal en constructiestaal wordt vaak een 3.1-certificaat volgens EN 10204 verlangd. De fabrikant verklaart daarin dat de geleverde producten aan de bestelling voldoen en vermeldt de resultaten van specifieke keuringen. Het document wordt gevalideerd door een bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant die onafhankelijk is van de productieafdeling.

Een staalcertificaat kan, afhankelijk van de productnorm, staalsoort en bestelling, onder meer de volgende informatie bevatten:

  • naam van de fabrikant en productomschrijving;
  • staalsoort, materiaalaanduiding en materiaalnummer;
  • toepasselijke productnorm, zoals EN 10210 of EN 10219;
  • charge-, smelt-, heat- of batchnummer;
  • chemische samenstelling;
  • koolstofequivalent of andere gegevens over lasbaarheid;
  • vloeigrens, treksterkte en rek bij breuk;
  • resultaten van de kerfslagproef;
  • leveringsconditie en eventuele warmtebehandeling;
  • afmetingen, toleranties en massa;
  • resultaten van aanvullende keuringen;
  • verklaring van overeenstemming met de bestelling.

Welke gegevens verplicht op het certificaat moeten staan, wordt niet uitsluitend door EN 10204 bepaald. Ook de productspecificatie, toepasselijke productnorm, projecteisen, wettelijke voorschriften en aanvullende eisen in de inkooporder zijn bepalend.

Wat gebeurt er wanneer een staalcertificaat ontbreekt?

Het belangrijkste gevolg is dat niet via het afgesproken inspectiedocument kan worden vastgesteld of het materiaal daadwerkelijk de opgegeven staalsoort en eigenschappen bezit. Een visuele inspectie of maatcontrole kan bijvoorbeeld bevestigen dat een stalen buis een bepaalde buitendiameter, lengte en wanddikte heeft, maar toont niet aan welke vloeigrens, treksterkte, chemische samenstelling of kerfslagwaarde het materiaal bezit.

Een ontbrekend staalcertificaat kan in de praktijk leiden tot:

  1. quarantaine tijdens de ingangscontrole;
  2. afwijzing door de opdrachtgever, aannemer of kwaliteitsdienst;
  3. vertraging van productie, fabricage, levering of montage;
  4. aanvullende destructieve of niet-destructieve materiaalproeven;
  5. beoordeling door een constructeur, lascoƶrdinator of keuringsinstantie;
  6. extra kosten voor laboratoriumonderzoek en documentcontrole;
  7. vervanging door aantoonbaar gecertificeerd staal;
  8. verlies van traceerbaarheid binnen het projectdossier.

Ook wanneer de staalsoort op een buis, plaat of profiel staat vermeld, is dat niet altijd voldoende. De fysieke materiaalmarkering moet betrouwbaar kunnen worden gekoppeld aan het certificaat, de paklijst en de daadwerkelijk geleverde partij.

Is staal zonder certificaat automatisch afgekeurd?

Staal zonder certificaat is niet automatisch technisch ondeugdelijk. Het ontbreken van een staalcertificaat betekent vooral dat de vereiste bewijsvoering, materiaalidentificatie of kwaliteitsdocumentatie ontbreekt.

Het materiaal kan feitelijk de juiste mechanische en chemische eigenschappen bezitten, maar zonder betrouwbare documentatie is dit niet zonder meer aantoonbaar. Er moet daarom onderscheid worden gemaakt tussen:

  • staal dat aantoonbaar niet aan de norm of specificatie voldoet;
  • staal waarvan de eigenschappen onvoldoende aantoonbaar zijn;
  • materiaal met een onvolledig of verkeerd certificaat;
  • materiaal waarvan het certificaat niet aan de juiste charge kan worden gekoppeld;
  • staal waarvoor bij de betreffende toepassing geen specifiek certificaattype is vereist.

Dit onderscheid is ook relevant bij surplus stalen buizen, restpartijen en overtollige projectvoorraden. Surplusbuizen kunnen afkomstig zijn uit overproductie, geannuleerde projecten, gewijzigde specificaties of resterende handelsvoorraden. Niet iedere voorraadpartij beschikt standaard over een 3.1-certificaat, terwijl de buizen technisch nog goed inzetbaar kunnen zijn.

Of staal zonder certificaat kan worden gebruikt, hangt daarom altijd af van de beoogde toepassing, de contractuele afspraken, de constructieve risico’s en de acceptatie door de verantwoordelijke partijen.

Waarom is traceerbaarheid van staal belangrijk?

Traceerbaarheid is de aantoonbare koppeling tussen een staalproduct, de oorspronkelijke productiecharge en de bijbehorende inspectiedocumenten. Hiervoor worden onder meer heatnummers, smeltnummers, chargenummers, batchnummers en materiaalmarkeringen gebruikt.

Het nummer op de stalen buis, plaat of het profiel moet overeenkomen met het nummer op het materiaalcertificaat en de leveringsdocumentatie. Alleen het bezit van een certificaat is dus niet voldoende: het document moet aantoonbaar betrekking hebben op het werkelijk geleverde materiaal.

De traceerbaarheid kan worden onderbroken wanneer:

  • de oorspronkelijke markering ontbreekt of onleesbaar is;
  • staal van verschillende charges door elkaar is geraakt;
  • een certificaat niet aan de juiste materiaalpartij kan worden gekoppeld;
  • buizen zijn gezaagd zonder het chargenummer over te nemen;
  • materiaal opnieuw is verpakt of opgeslagen zonder sluitende registratie;
  • gegevens op het certificaat afwijken van de bestelling of paklijst.

Bij het zagen van een lange stalen buis bevindt de oorspronkelijke markering zich mogelijk maar op ƩƩn deel. Wanneer de afzonderlijke lengtes traceerbaar moeten blijven, moet de materiaalidentificatie gecontroleerd worden overgenomen en administratief worden vastgelegd.

Welke problemen kunnen ontstaan bij een onjuist certificaat?

Niet alleen een volledig ontbrekend certificaat kan problemen veroorzaken. Ook een onvolledig, onleesbaar of niet-passend inspectiedocument kan onvoldoende zijn voor materiaalacceptatie.

Veelvoorkomende afwijkingen zijn:

  • een certificaat met een ander heatnummer dan de materiaalmarkering;
  • een verkeerde staalsoort op het document;
  • ontbrekende mechanische eigenschappen;
  • ontbrekende of niet-passende kerfslagwaarden;
  • een 2.2-certificaat terwijl type 3.1 is besteld;
  • een certificaat van een vergelijkbare, maar andere partij;
  • een ontbrekende productnorm of leveringsconditie;
  • een niet-herleidbare kopie van een certificaat;
  • afwijkende diameter, wanddikte of materiaalomschrijving.

Een staalcertificaat moet daarom inhoudelijk worden gecontroleerd. Alleen nagaan of er een document met de levering is meegestuurd, biedt onvoldoende zekerheid dat het juiste staalcertificaat bij de juiste materiaalpartij hoort.

Mag een stalen buis zonder certificaat worden gebruikt?

Of een stalen buis zonder certificaat mag worden toegepast, hangt af van de bestelling, de technische specificatie, de productnorm, de uitvoeringsvoorwaarden en de acceptatiecriteria van het project.

ToepassingMogelijk gevolg van een ontbrekend certificaat
Niet-constructief of decoratief gebruikHet certificaat kan minder bepalend zijn wanneer geen specifieke materiaaleigenschappen zijn voorgeschreven.
Tijdelijk hulpmiddelGebruik kan mogelijk zijn na een projectspecifieke risico- en materiaalbeoordeling.
Machine- of apparatenbouwAanvullende verificatie van de staalsoort en materiaaleigenschappen kan nodig zijn.
Dragende staalconstructieMateriaalacceptatie kan worden geweigerd wanneer sterkte, kwaliteit en herkomst niet aantoonbaar zijn.
Funderingsbuis of buispaalDe constructeur moet over betrouwbare materiaalgegevens beschikken voor de constructieve berekening.
Drukleiding of drukhoudend onderdeelStrenge eisen aan materiaalidentificatie, inspectiedocumenten en traceerbaarheid zijn gebruikelijk.
Offshore- of maritieme constructieVaak gelden uitgebreide project-, keurings- en documentatie-eisen.
LasconstructieStaalsoort, lasbaarheid en het koolstofequivalent moeten voldoende bekend en aantoonbaar zijn.

Voor staalconstructies bevat EN 1090-2 technische eisen voor onder andere identificatie, inspectiedocumenten, materiaalcontrole en traceerbaarheid van constructieve staalproducten. De precieze eisen worden mede bepaald door de uitvoeringsspecificatie, uitvoeringsklasse en projectspecifieke kwaliteitsborging.

Een staalcertificaat moet niet worden verward met een CE-markering of prestatieverklaring. Een inspectiedocument volgens EN 10204 bevat informatie over het geleverde materiaal en de bijbehorende keuringen. CE-markering en de Declaration of Performance hebben betrekking op de verklaarde prestaties van een bouwproduct waarvoor de toepasselijke Europese productregelgeving geldt.

Wat betekent een ontbrekend certificaat voor funderingsbuizen?

Bij constructiestaal en funderingstoepassingen vormen de materiaaleigenschappen een uitgangspunt voor de berekening. De constructeur gebruikt onder meer de vloeigrens, treksterkte, elasticiteitsmodulus, taaiheid, geometrie en wanddikte om de belastbaarheid te bepalen.

Wanneer het certificaat ontbreekt, kan niet zonder aanvullende onderbouwing worden aangenomen dat een buis werkelijk van bijvoorbeeld S235, S275 of S355 is. Ook is dan mogelijk niet aantoonbaar of sprake is van S355J0H, S355J2H of een andere kwaliteitsklasse.

Bij een staalsoort als S355J2H zijn meerdere onderdelen van de aanduiding relevant:

  • S staat voor constructiestaal;
  • 355 verwijst naar de minimale nominale vloeigrens voor het relevante diktebereik;
  • J2 verwijst naar een kerfslageis van 27 joule bij āˆ’20 °C;
  • H geeft aan dat het materiaal bestemd is als hol profiel.

Voor buispalen, funderingsbuizen en stalen draagconstructies is het daarom niet voldoende om uitsluitend de buitendiameter en wanddikte te kennen. Ook de materiaalsterkte, taaiheid, productnorm, leveringsconditie en eventuele aanvullende projecteisen moeten passend en aantoonbaar zijn.

Kan een ontbrekend certificaat alsnog worden opgevraagd?

Wanneer een certificaat niet bij de levering aanwezig is, moet eerst worden nagegaan of het document alleen niet is meegestuurd. De oorspronkelijke fabrikant, leverancier, handelaar of voorraadbeheerder beschikt mogelijk nog over een digitale kopie.

Een opnieuw verstrekt certificaat kan bruikbaar zijn wanneer:

  • het document aantoonbaar van de oorspronkelijke fabrikant afkomstig is;
  • het juiste product en certificaattype zijn vermeld;
  • het charge- of heatnummer op het materiaal herkenbaar is;
  • de nummers overeenkomen met de paklijst en andere leveringsdocumenten;
  • de afmetingen en staalsoort overeenkomen met het geleverde materiaal;
  • de traceerbaarheidsketen niet is onderbroken.

Een certificaat van een vergelijkbare partij, dezelfde buisafmeting of dezelfde staalsoort is geen geldig bewijs voor het geleverde materiaal. De testresultaten moeten betrekking hebben op de juiste testeenheid, productiecharge of materiaalpartij zoals vastgelegd in de productnorm en bestelling.

Kan ongecertificeerd staal achteraf worden getest?

Wanneer het oorspronkelijke certificaat niet meer beschikbaar is, kunnen aanvullende materiaalproeven informatie geven over de feitelijke eigenschappen van het staal. Dit wordt ook wel herkeuring, herbeproeving, materiaalidentificatie of aanvullende materiaalverificatie genoemd.

Mogelijke onderzoeken zijn:

  • chemische analyse met spectrometrie;
  • PMI-test of Positive Material Identification;
  • trekproef voor vloeigrens, treksterkte en rek;
  • kerfslagproef voor materiaaltaaiheid;
  • hardheidsmeting;
  • metallografisch onderzoek;
  • ultrasoon onderzoek;
  • magnetisch onderzoek of penetrantonderzoek;
  • onderzoek naar lasbaarheid en koolstofequivalent;
  • controle van wanddikte en geometrische toleranties.

De benodigde testomvang hangt af van de toepassing, partijgrootte, vermoedelijke staalsoort, productvorm en acceptatie-eisen. Een chemische analyse alleen is meestal onvoldoende om een staalsoort volledig te bevestigen. Verschillende staalsoorten kunnen een vergelijkbare chemische samenstelling hebben, terwijl mechanische eigenschappen, leveringsconditie of kerfslagprestaties verschillen.

Achteraf testen levert niet automatisch een origineel 3.1-certificaat op. Een laboratoriumrapport kan de gemeten eigenschappen van de onderzochte monsters vastleggen, maar reconstrueert niet vanzelf de oorspronkelijke productiegegevens, warmtebehandeling en volledige chargehistorie. Bovendien geldt een testresultaat niet automatisch voor ieder product uit een heterogene partij.

Daarom moet vooraf met de constructeur, opdrachtgever, kwaliteitsdienst of bevoegde keuringsinstantie worden vastgesteld welke onderzoeken nodig zijn en of de resultaten als alternatieve materiaalonderbouwing worden geaccepteerd.

Is een PMI-test voldoende zonder staalcertificaat?

Een PMI-test kan helpen om de chemische samenstelling van een metaal te identificeren, maar is meestal geen volledige vervanging voor een staalcertificaat. De test geeft doorgaans geen informatie over vloeigrens, treksterkte, kerfslagtaaiheid, leveringsconditie of oorspronkelijke productiecharge.

Voor roestvast staal en gelegeerde metalen kan PMI waardevol zijn voor materiaalidentificatie. Bij veel ongelegeerde constructiestalen is alleen chemische identificatie echter onvoldoende om onderscheid te maken tussen alle mogelijke staalsoorten en kwaliteitsklassen.

Een PMI-rapport kan daarom onderdeel zijn van een bredere herkeuring, maar biedt op zichzelf meestal onvoldoende bewijs dat een stalen buis aan alle project-, product- en normeisen voldoet.

Wat moet vóór verwerking worden gecontroleerd?

Bij twijfel over een materiaalcertificaat is het verstandig het staal nog niet te zagen, lassen, stralen, coaten, verzinken of in te bouwen. Bewerkingen kunnen de materiaalmarkering verwijderen, de traceerbaarheid verminderen en vervanging kostbaarder maken.

Een zorgvuldige controle bestaat uit de volgende stappen:

  1. Vergelijk de inkooporder met de ontvangen documentatie.
  2. Controleer de staalsoort, productnorm en het vereiste certificaattype.
  3. Controleer de afmetingen, hoeveelheid, massa en productomschrijving.
  4. Zoek het heat-, charge- of smeltnummer op het materiaal.
  5. Vergelijk de materiaalmarkering met het certificaat en de paklijst.
  6. Controleer of de chemische en mechanische waarden aan de eisen voldoen.
  7. Controleer kerfslagwaarden, leveringsconditie en eventuele aanvullende eisen.
  8. Leg ontbrekende gegevens en afwijkingen schriftelijk vast.
  9. Blokkeer het materiaal totdat een formele beslissing is genomen.
  10. Laat indien nodig aanvullende materiaalproeven uitvoeren.

Deze controle wordt vaak uitgevoerd tijdens de ingangscontrole, materiaalontvangst of kwaliteitsinspectie. Bij projecten met uitgebreide documentatie-eisen kan ook een materiaalregistratie, traceability log of Material Receiving Inspection Report worden gebruikt.

Hoe voorkomt u problemen met ontbrekende certificaten?

Problemen worden het best voorkomen door de documentatie-eisen vóór de bestelling nauwkeurig vast te leggen. De algemene vermelding ā€œmet certificaatā€ of ā€œmet materiaalcertificaatā€ is vaak onvoldoende. Specificeer bijvoorbeeld dat een inspectiecertificaat type 3.1 volgens EN 10204 vereist is.

Leg daarnaast vast:

  • welke staalsoort en productnorm zijn toegestaan;
  • welke mechanische eigenschappen moeten worden aangetoond;
  • of chemische analyse en koolstofequivalent vereist zijn;
  • of kerfslagresultaten moeten worden vermeld;
  • welke leveringsconditie nodig is;
  • welke mate van traceerbaarheid behouden moet blijven;
  • hoe identificaties na zagen en bewerken worden overgenomen;
  • welke keuringsdocumenten en projectdocumenten moeten worden geleverd;
  • welke procedure geldt bij ontbrekende, afwijkende of onleesbare gegevens.

Controleer bij ontvangst niet alleen of een certificaat aanwezig is, maar ook of het certificaattype, de staalsoort, het heatnummer en de testresultaten overeenkomen met de bestelling.

Een ontbrekend staalcertificaat maakt een stalen buis niet per definitie onbruikbaar. Het beperkt wel de mogelijkheid om herkomst, materiaalsoort, kwaliteit en prestaties betrouwbaar aan te tonen. Naarmate de constructieve belasting, veiligheidsklasse of projectspecifieke documentatie-eis zwaarder wordt, neemt het belang van een sluitend inspectiecertificaat en volledige materiaaltraceerbaarheid toe.

Vragen over staalcertificaten of materiaaltraceerbaarheid?

Twijfelt u of een stalen buis voldoet aan de gevraagde certificering of wilt u weten welke documentatie beschikbaar is voor een specifieke partij? Solines helpt u graag met technisch advies over staalcertificaten, traceerbaarheid en beschikbare materiaalgegevens.

šŸ“ž 0168 – 35 66 55
āœ‰ļø sales@solines.nl

Meer weten?

Meer weten over onze voorraad of buizen met een andere diameter of wanddikte? Wij denken graag met u mee.

Meer nieuws bij Solines

Daarom kiest u voor Solines

Vraag een offerte aan

Vraag geheel vrijblijvend een offerte aan

Het duurt maar 2 minuten en u ontvangt de offerte altijd binnen 24 uur. Heeft u een andere vraag? Bel ons dan.