Wat betekenen 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2 volgens EN 10204?
EN 10204 is de Europese norm voor inspectiedocumenten bij metalen producten. De norm beschrijft welke verklaring en testresultaten een materiaalcertificaat bevat en door wie het document moet worden gevalideerd. EN 10204 onderscheidt vier documenttypen: 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2.
Deze keuringsdocumenten worden gebruikt bij onder meer stalen buizen, buisprofielen, platen, profielen, staven, smeedstukken en gietstukken. In de staalbranche worden ook termen gebruikt als materiaalattest, staalcertificaat, keuringscertificaat, fabriekscertificaat, inspectiecertificaat, mill test certificate, MTC en mill test report.
Niet iedere benaming heeft automatisch dezelfde betekenis. De aanduiding volgens EN 10204 bepaalt welke informatie het document bevat, hoe de testresultaten aan het geleverde staal zijn gekoppeld en welk inspectieniveau is toegepast.
Het verschil tussen een 2.1-, 2.2-, 3.1- en 3.2-certificaat wordt vooral bepaald door:
- de aanwezigheid van test- en beproevingsresultaten;
- de relatie tussen de resultaten en de geleverde materiaalpartij;
- het niveau van traceerbaarheid;
- de persoon of instantie die het document valideert;
- de mate van onafhankelijke materiaalcontrole.
Verschil tussen EN 10204 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2
| EN 10204-type | Verklaring van overeenstemming | Testresultaten | Relatie met geleverde partij | Validatie |
|---|---|---|---|---|
| 2.1 | Ja | Geen | Niet van toepassing | Fabrikant |
| 2.2 | Ja | Niet-specifieke testresultaten | Niet noodzakelijk afkomstig van de geleverde partij | Fabrikant |
| 3.1 | Ja | Specifieke testresultaten | Gekoppeld aan de geleverde producten of keuringseenheid | Bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant, onafhankelijk van de productieafdeling |
| 3.2 | Ja | Specifieke testresultaten | Gekoppeld aan de geleverde producten of keuringseenheid | Fabrikant Ʃn vertegenwoordiger van de afnemer of officieel aangewezen inspecteur |
Een 2.1-certificaat is uitsluitend een verklaring van overeenstemming. Een 2.2-keuringsrapport bevat algemene testresultaten. Een 3.1- en 3.2-certificaat bevatten partijgebonden resultaten van een specifieke keuring. Bij type 3.2 vindt daarnaast externe of onafhankelijke validatie plaats.
Wat is een EN 10204 2.1-document?
Een EN 10204 2.1-document is een verklaring waarin de fabrikant bevestigt dat de geleverde metalen producten voldoen aan de eisen uit de bestelling. Het document bevat geen gemeten testwaarden of beproevingsresultaten.
Daarom vermeldt een 2.1-materiaalverklaring normaal gesproken geen resultaten voor:
- chemische samenstelling;
- vloeigrens;
- treksterkte;
- rek na breuk;
- kerfslagenergie;
- hardheid;
- andere mechanische eigenschappen.
Een type 2.1-document bewijst dus niet welke chemische of mechanische eigenschappen bij de geleverde stalen buizen zijn gemeten. Het bevestigt alleen dat de fabrikant de levering als overeenkomstig met de overeengekomen specificatie beschouwt.
Of een 2.1-certificaat voldoende is, hangt af van het bestek, de toepassing, de productnorm en de contractuele eisen. Voor toepassingen waarbij materiaaltraceerbaarheid of aantoonbare sterkte-eigenschappen nodig zijn, wordt doorgaans een uitgebreider keuringsdocument gevraagd.
Wat is een EN 10204 2.2-document?
Een EN 10204 2.2-document is een keuringsrapport waarin de fabrikant verklaart dat het product aan de bestelling voldoet. Daarnaast bevat het resultaten van een niet-specifieke keuring.
Niet-specifieke keuring betekent dat de fabrikant testresultaten verstrekt die volgens de eigen keuringsprocedures zijn verkregen bij producten die volgens hetzelfde productieproces zijn vervaardigd. De onderzochte producten hoeven niet tot de daadwerkelijk geleverde charge, batch of materiaalpartij te behoren.
Een 2.2-certificaat kan bijvoorbeeld informatie bevatten over:
- een gebruikelijke chemische analyse;
- mechanische eigenschappen;
- productiecontroles;
- maatvoering en toleranties;
- algemene resultaten uit kwaliteitscontroles.
De gegevens in een 2.2-keuringsrapport bieden meer inzicht dan een 2.1-verklaring, maar zijn niet noodzakelijk herleidbaar tot de ontvangen partij stalen buizen. Het document levert daarom geen volledige chargegebonden materiaaltraceerbaarheid.
Het verschil tussen een 2.2- en 3.1-certificaat is vooral dat een 2.2-document niet-specifieke testresultaten bevat, terwijl een 3.1-certificaat resultaten bevat die aan de geleverde producten of keuringseenheid zijn gekoppeld.
Wat is een EN 10204 3.1-certificaat?
Een EN 10204 3.1-certificaat is een inspectiecertificaat waarin de fabrikant verklaart dat de geleverde producten aan de bestelling voldoen. Het materiaalattest bevat daarnaast resultaten van een specifieke keuring.
Bij een specifieke keuring worden de voorgeschreven controles uitgevoerd op de te leveren producten, op proefstukken daarvan of op de keuringseenheid waartoe de producten behoren. De testresultaten kunnen daardoor via identificatiegegevens worden gekoppeld aan de geleverde stalen buizen.
Een 3.1-certificaat wordt gevalideerd door een bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant die onafhankelijk is van de productieafdeling. Dit is vaak een medewerker van de kwaliteitsdienst of inspectieafdeling. Het document is dus onafhankelijk van de productie gevalideerd, maar niet door een externe keuringsinstantie.
Een 3.1-materiaalcertificaat voor staal of stalen buizen kan onder meer de volgende gegevens bevatten:
- naam van de staalproducent of buizenfabrikant;
- productielocatie;
- ordernummer en certificaatnummer;
- productomschrijving en hoeveelheid;
- buitendiameter, wanddikte en lengte;
- staalsoort en materiaalkwaliteit;
- leveringsconditie;
- toepasselijke productnorm;
- chargenummer, heat number of smeltnummer;
- lotnummer of keuringseenheidsnummer;
- chemische analyse;
- vloeigrens;
- treksterkte;
- rek na breuk;
- kerfslagwaarden, indien vereist;
- resultaten van aanvullende materiaalproeven;
- verklaring van overeenstemming;
- validatie door de bevoegde inspectievertegenwoordiger.
Niet ieder 3.1-certificaat bevat dezelfde testresultaten. De vereiste informatie wordt bepaald door de staalsoort, productnorm, afmetingen, leveringsconditie, bestelling en eventuele aanvullende eisen uit het bestek.
Wat is een EN 10204 3.2-certificaat?
Een EN 10204 3.2-certificaat bevat, net als type 3.1, een verklaring van overeenstemming en specifieke testresultaten. Het belangrijkste verschil is de aanvullende validatie door een tweede bevoegde partij.
Een 3.2-keuringscertificaat wordt gevalideerd door:
- de bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant, onafhankelijk van de productieafdeling;
- de bevoegde inspectievertegenwoordiger van de afnemer of een inspecteur die volgens officiƫle voorschriften is aangewezen.
De tweede partij kan in de praktijk een vertegenwoordiger van de opdrachtgever, een onafhankelijke keuringsinstantie, een third-party inspector of een classificatiebureau zijn. Wie de controle uitvoert en welke inspecties worden bijgewoond, moet vooraf worden vastgelegd in de bestelling, het inspectie- en testplan of de projectspecificatie.
Een 3.2-certificaat betekent niet dat iedere afzonderlijke stalen buis volledig door een externe inspecteur wordt beproefd. De onafhankelijke inspectie kan onder meer bestaan uit:
- controle van de materiaalidentificatie;
- verificatie van het chargenummer;
- beoordeling van materiaalcertificaten;
- controle van de traceerbaarheid;
- aanwezigheid bij materiaalproeven;
- verificatie van testresultaten;
- controle van de keuringseenheid;
- documentcontrole en vrijgave.
Type 3.2 wordt vooral voorgeschreven bij toepassingen waarvoor een hoger niveau van onafhankelijke kwaliteitsborging nodig is, zoals bepaalde drukapparatuur, offshoreconstructies, energie-installaties, maritieme toepassingen en kritische industriƫle constructies.
Wat is specifieke keuring volgens EN 10204?
Een specifieke keuring is een inspectie waarbij proeven worden uitgevoerd op de te leveren producten, op monsters van deze producten of op de keuringseenheid waarvan zij deel uitmaken.
Specifieke keuring geldt voor EN 10204 3.1 en 3.2. De testresultaten zijn hierdoor herleidbaar tot een omschreven partij, charge, smelt of keuringseenheid.
Een keuringseenheid kan uit meerdere buizen bestaan die bijvoorbeeld dezelfde:
- staalsoort;
- afmetingen;
- charge;
- productiemethode;
- leveringsconditie;
- warmtebehandeling;
- productnorm hebben.
Niet iedere buis hoeft daarom afzonderlijk destructief te worden getest. De toepasselijke productnorm bepaalt welke monsters worden genomen, hoeveel proefstukken nodig zijn en hoe groot een keuringseenheid mag zijn.
Wat is niet-specifieke keuring volgens EN 10204?
Bij een niet-specifieke keuring zijn de vermelde testresultaten niet noodzakelijk afkomstig van de daadwerkelijk geleverde producten. De fabrikant gebruikt resultaten uit reguliere productie- en kwaliteitscontroles van vergelijkbare producten.
Dit inspectieniveau hoort bij EN 10204 type 2.2. De waarden kunnen representatief zijn voor het productieproces, maar vormen geen bewijs dat de specifieke levering exact deze eigenschappen heeft.
Daarom biedt een 2.2-document minder materiaaltraceerbaarheid dan een 3.1- of 3.2-certificaat.
Wat is het verschil tussen een 3.1- en 3.2-certificaat?
Het verschil tussen een 3.1- en 3.2-certificaat zit niet primair in de soort testresultaten. Beide documenten bevatten resultaten van een specifieke keuring en zijn gekoppeld aan de geleverde producten of keuringseenheid.
Het verschil zit in de validatie:
- een 3.1-certificaat wordt gevalideerd door een bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant die onafhankelijk is van de productie;
- een 3.2-certificaat wordt daarnaast gevalideerd door de afnemer of een officieel aangewezen onafhankelijke inspecteur.
Een 3.2-certificaat biedt hierdoor een extra niveau van externe controle. Dat betekent echter niet automatisch dat de materiaaleigenschappen beter zijn. Het materiaal kan technisch identiek zijn; alleen het niveau van inspectie, verificatie en documentvalidatie verschilt.
Hoe zijn testresultaten aan stalen buizen gekoppeld?
De koppeling tussen een staalcertificaat en de geleverde buizen verloopt meestal via een chargenummer, ook wel heat number of smeltnummer genoemd. Dit nummer verwijst naar de staalcharge of smelt waaruit het materiaal is vervaardigd.
Afhankelijk van de fabrikant, productnorm en productiemethode kunnen daarnaast andere identificaties worden gebruikt, zoals:
- lotnummer;
- batchnummer;
- coilnummer;
- plaatnummer;
- buisnummer;
- keuringseenheidsnummer;
- order- of positienummer.
Deze gegevens moeten overeenkomen met de markering op de buis, verfmarkering, stempel, label, paklijst of leveringsdocumentatie. Alleen wanneer deze koppeling controleerbaar is, kan het inspectiecertificaat worden gebruikt voor de traceerbaarheid van de materiaalpartij.
Een los 3.1-certificaat zonder aantoonbare relatie met het geleverde staal bewijst niet dat de vermelde chemische analyse en mechanische eigenschappen bij de ontvangen buizen horen.
Welke testresultaten staan op een materiaalcertificaat?
De exacte inhoud van een materiaalattest verschilt per productnorm en bestelling. Op een 3.1- of 3.2-certificaat staan vaak resultaten van de chemische analyse en mechanische beproeving.
Chemische samenstelling
De chemische analyse kan onder meer waarden bevatten voor:
- koolstof;
- mangaan;
- silicium;
- fosfor;
- zwavel;
- chroom;
- nikkel;
- molybdeen;
- koper;
- aluminium;
- niobium;
- vanadium;
- titanium.
Bij constructiestaal kunnen ook berekende waarden worden vermeld, zoals het koolstofequivalent. Dit getal kan relevant zijn voor de beoordeling van de lasbaarheid van het staal.
Mechanische eigenschappen
Mechanische testresultaten kunnen betrekking hebben op:
- vloeigrens;
- treksterkte;
- rek na breuk;
- kerfslagenergie;
- hardheid;
- buigproef;
- afvlakproef;
- uitzetproef;
- andere productspecifieke beproevingen.
Welke proeven verplicht zijn, hangt af van de productnorm, staalsoort, wanddikte, diameter, temperatuurklasse en aanvullende projectspecificaties.
Welke normen kunnen naast EN 10204 op stalen buizen staan?
EN 10204 is een norm voor inspectiedocumenten en geen productnorm. Op een materiaalcertificaat kunnen daarom ook andere normen staan die de technische leveringsvoorwaarden van het staalproduct vastleggen.
Bij stalen buizen en constructieve buisprofielen kunnen onder meer de volgende normen voorkomen:
- EN 10219 voor koudgevormde gelaste constructieprofielen van constructiestaal;
- EN 10210 voor warmvervaardigde constructieprofielen van constructiestaal;
- EN 10216 voor naadloze stalen buizen voor drukdoeleinden;
- EN 10217 voor gelaste stalen buizen voor drukdoeleinden;
- EN 10025 voor warmgewalste producten van constructiestaal;
- API 5L voor leidingbuizen voor olie- en gastransport;
- API 5CT voor casing en tubing in de olie- en gasindustrie.
EN 10204 bepaalt hoe de conformiteit en inspectieresultaten worden vastgelegd. De productnorm bepaalt onder meer de staalsoort, chemische samenstelling, mechanische eigenschappen, toleranties, proefmethoden en leveringsvoorwaarden.
Welke staalsoorten kunnen op een 3.1-certificaat staan?
Een 3.1-certificaat is niet aan ƩƩn specifieke staalsoort gebonden. Het documenttype kan worden gebruikt voor verschillende constructiestalen, drukstaalsoorten, leidingstaalsoorten en andere metalen materialen.
Bij constructieve stalen buizen komen bijvoorbeeld staalsoorten voor als:
- S235JRH;
- S275J0H;
- S355J2H;
- S420MH;
- S460NH.
De letters en cijfers in een staalsoort geven informatie over onder meer de minimale vloeigrens, kerfslageigenschappen, productvorm en leveringsconditie. Het 3.1-certificaat toont vervolgens de gemeten eigenschappen van de betreffende charge of keuringseenheid.
De aanwezigheid van een 3.1-certificaat betekent niet automatisch dat een bepaalde staalsoort geschikt is voor iedere constructie of fundering. De materiaalkeuze moet aansluiten op de berekening, belasting, lasbaarheid, corrosieomstandigheden en projectspecificaties.
Welk certificaat is nodig voor stalen buizen?
Welk certificaat nodig is voor stalen buizen, hangt af van de technische en contractuele eisen. Er bestaat geen algemene regel dat iedere stalen buis altijd met een 3.1-certificaat moet worden geleverd.
In het algemeen geldt:
- type 2.1 wanneer alleen een verklaring van overeenstemming is vereist;
- type 2.2 wanneer niet-specifieke testresultaten voldoende zijn;
- type 3.1 wanneer partijgebonden testresultaten en traceerbaarheid nodig zijn;
- type 3.2 wanneer daarnaast onafhankelijke externe validatie is voorgeschreven.
Voor constructieve stalen buizen, buispalen, funderingsbuizen, offshorebuizen of zwaarbelaste staalconstructies wordt regelmatig om een 3.1-certificaat gevraagd. Of dit voldoende is, volgt uit het ontwerp, het bestek, de productnorm, de uitvoeringsklasse en de eisen van de opdrachtgever of constructeur.
Is een 3.1-certificaat verplicht voor constructiestaal?
Een 3.1-certificaat is niet automatisch voor ieder constructiestaal verplicht. De verplichting kan voortkomen uit:
- het bestek;
- de inkooporder;
- de productnorm;
- de constructieve berekening;
- een kwaliteitsplan;
- eisen van de opdrachtgever;
- een inspectie- en testplan;
- wettelijke of projectspecifieke voorschriften.
Bij dragende constructies en funderingstechnische toepassingen is aantoonbare materiaaltraceerbaarheid vaak belangrijk. Toch moet per project worden bepaald welk inspectiedocument vereist is.
Een CE-markering, prestatieverklaring of productcertificering is bovendien niet hetzelfde als een 3.1-materiaalcertificaat. Deze documenten hebben ieder een andere functie binnen de kwaliteitsborging.
Kan een 2.2-certificaat worden omgezet naar 3.1?
Een bestaand 2.2-certificaat kan niet zonder meer worden omgezet in een 3.1-certificaat. Voor een 3.1-document moeten specifieke testresultaten beschikbaar zijn die aantoonbaar bij de geleverde producten of keuringseenheid horen.
Wanneer tijdens productie geen partijgebonden keuring is uitgevoerd of de traceerbaarheid verloren is gegaan, kan achteraf niet automatisch een geldig 3.1-certificaat worden opgesteld.
Soms zijn aanvullende materiaalproeven mogelijk, bijvoorbeeld via een laboratorium. Een testrapport van achteraf uitgevoerd materiaalonderzoek is echter niet vanzelfsprekend gelijkwaardig aan een oorspronkelijk EN 10204 3.1-certificaat van de fabrikant.
Ook een 3.1-certificaat kan niet administratief worden opgewaardeerd naar 3.2 wanneer de voorgeschreven onafhankelijke inspectie niet volgens de overeengekomen procedure heeft plaatsgevonden.
Hoe controleer je een 3.1- of 3.2-certificaat?
Controleer bij een materiaalcertificaat niet alleen de vermelding ā3.1ā of ā3.2ā. Vergelijk het inspectiedocument ook met de bestelling, materiaalmarkering en leveringsdocumenten.
Let in ieder geval op:
- de vermelding van EN 10204;
- het juiste certificaattype;
- de naam van de oorspronkelijke fabrikant;
- certificaat-, order- en positienummer;
- productomschrijving;
- diameter, wanddikte en lengte;
- staalsoort en leveringsconditie;
- toepasselijke productnorm;
- chargenummer, heat number of smeltnummer;
- overeenkomst met de markering op de buizen;
- chemische analyse;
- mechanische testresultaten;
- eventuele kerfslagwaarden;
- aanvullende keuringsresultaten;
- datum en documentvalidatie;
- naam of identificatie van de bevoegde vertegenwoordiger;
- bij type 3.2 de vereiste tweede validatie.
Controleer daarnaast of de gemeten waarden voldoen aan de eisen van de vermelde productnorm en projectspecificatie. Een volledig ingevuld certificaat is niet automatisch correct wanneer de waarden buiten de toegestane grenzen vallen of niet bij het geleverde materiaal horen.
Materiaalcertificaat, productnorm en toepassing samen beoordelen
Een EN 10204-certificaat ondersteunt de kwaliteitsborging en traceerbaarheid van staal, maar vormt geen zelfstandige goedkeuring voor een specifieke toepassing.
Een buis kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd in S355J2H volgens EN 10219 en worden geleverd met een EN 10204 3.1-certificaat. EN 10219 beschrijft in dat geval de materiaaleigenschappen en technische leveringsvoorwaarden. EN 10204 bepaalt hoe de testresultaten worden gedocumenteerd.
Voor toepassing als funderingsbuis, buispaal, mantelbuis, leidingbuis of constructiebuis moeten ook andere kenmerken worden beoordeeld, waaronder:
- buitendiameter;
- wanddikte;
- lengte;
- geometrische toleranties;
- staalsoort;
- draagvermogen;
- knikgevoeligheid;
- lasbaarheid;
- kerfslagtaaiheid;
- corrosietoeslag;
- coating of oppervlaktebehandeling;
- uitvoerings- en projecteisen.
Het juiste certificaattype is daarom het inspectiedocument dat aansluit op de materiaalsoort, productnorm, constructieve toepassing, vereiste traceerbaarheid en afgesproken mate van onafhankelijke controle.
Vragen over materiaalcertificaten of EN 10204?
Twijfelt u welk inspectiedocument nodig is voor uw stalen buizen of wilt u een materiaalcertificaat controleren? Neem contact op voor technisch advies over EN 10204, traceerbaarheid en de juiste certificering voor uw toepassing.
š 0168 ā 35 66 55
āļø sales@solines.nl





