Welke stalen buizen zijn geschikt voor remmingwerken en aanlegconstructies?

Voor remmingwerken en aanlegconstructies zijn dikwandige stalen buispalen van constructiestaal geschikt, afgestemd op belasting, afmetingen, bodemgesteldheid en corrosieklasse.

In de waterbouw worden hiervoor meestal ronde, gelaste stalen constructiebuizen of stalen buispalen gebruikt. De juiste buis wordt projectspecifiek gekozen op basis van de buitendiameter, wanddikte, staalsoort, paallengte, scheepsbelasting, bodemopbouw, installatiemethode en gewenste levensduur.

Veelgebruikte uitvoeringen zijn langsnaadgelaste en spiraalgelaste buizen, bijvoorbeeld in de staalsoort S355J2H. Deze buizen kunnen worden toegepast als remmingpaal, geleidepaal, meerpaal, dukdalf, fenderpaal, steigerpaal of funderingspaal voor een aanlegsteiger.

Wat is een remmingwerk?

Een remmingwerk is een waterbouwkundige constructie die schepen begeleidt, een vaarweg begrenst en bruggen, sluizen, kades of andere kunstwerken helpt beschermen tegen normaal scheepscontact. Ook de spelling remmingswerk wordt in de praktijk gebruikt.

Remmingwerken worden onder meer geplaatst bij sluiscomplexen, beweegbare bruggen, haveningangen, wachtplaatsen, laad- en loslocaties en smalle vaarwegpassages. De constructie bestaat vaak uit verticale stalen buispalen die door horizontale regels en wrijfgordingen met elkaar zijn verbonden.

Een geleidewerk heeft voornamelijk als functie om schepen naar een smallere doorvaart, brugopening of sluisingang te leiden. Een afmeerconstructie is bedoeld om schepen met trossen vast te leggen. In de praktijk kunnen deze constructies vergelijkbare onderdelen en stalen buisprofielen bevatten.

Voor welke aanlegconstructies worden stalen buizen gebruikt?

Stalen buizen worden binnen de havenbouw, vaarwegbouw en maritieme staalbouw gebruikt voor funderende, beschermende en geleidende constructies. De buis kan daarbij uitsluitend horizontale krachten opnemen of onderdeel zijn van een fundering die ook verticale belastingen draagt.

  • remmingwerken en geleidewerken;
  • aanlegsteigers en wachtsteigers;
  • meerpalen en afmeerpalen;
  • dukdalven en meerstoelen;
  • fenderconstructies en fenderpalen;
  • steigerfunderingen;
  • beschermpalen bij bruggen, sluizen en kades;
  • laad- en losconstructies in binnen- en zeehavens.

Bij een aanlegsteiger kunnen stalen buispalen het gewicht van het dek, de gebruiksbelasting en horizontale scheepskrachten opnemen. Bij een vrijstaande meerpaal of dukdalf ligt de nadruk vooral op buiging, troskrachten en de interactie tussen de paal en de omliggende bodem.

Waarom worden ronde stalen buispalen toegepast?

Ronde stalen buizen hebben in iedere horizontale richting dezelfde geometrische eigenschappen. Dat is gunstig bij remmingwerken en afmeerconstructies, omdat scheepscontact, stroming, golfslag en troskrachten vanuit verschillende richtingen kunnen aangrijpen.

Een ronde constructiebuis wordt technisch ook aangeduid als een rond hol profiel, CHS-profiel of circular hollow section. De gesloten doorsnede biedt een gunstige combinatie van buigstijfheid, buigweerstand, torsiestijfheid en relatief laag eigen gewicht.

Ronde stalen buispalen zijn daarnaast praktisch te transporteren, hijsen, verlengen en installeren. Zij kunnen worden geheid, getrild, gedrukt of met boorondersteuning worden aangebracht. Ook kunnen paalmutsen, consoles, fendersteunen, bolders en horizontale regels aan de buis worden bevestigd.

Welke belastingen werken op remmingpalen en aanlegconstructies?

Een remmingpaal, meerpaal of dukdalf kan worden blootgesteld aan statische, dynamische en herhaald optredende belastingen. Welke belasting maatgevend is, hangt af van de functie van de constructie, het maatgevende schip en de omstandigheden op de locatie.

  • normaal scheepscontact tijdens het aanleggen;
  • afmeerkrachten uit trossen;
  • windbelasting op het schip en de constructie;
  • stromings- en golfbelasting;
  • waterstandsverschillen;
  • ijsbelasting en drijvend materiaal;
  • verticale belasting van een steigerdek;
  • incidentele of accidentele aanvaringsbelasting;
  • vermoeiingsbelasting door herhaald scheepscontact.

Een remmingwerk is niet automatisch berekend op iedere ongecontroleerde aanvaring met hoge snelheid. Bij het ontwerp wordt onderscheid gemaakt tussen normaal gebruik, bijzondere belastingsituaties en eventuele accidentele belastingen.

Ook de energie die tijdens het aanleggen van een schip moet worden opgenomen, kan relevant zijn. Deze aanlegenergie wordt via fenders, wrijfgordingen en horizontale regels verdeeld over ƩƩn of meerdere stalen buispalen.

Welke diameter is geschikt voor een remmingwerk?

De buitendiameter van een stalen buispaal heeft veel invloed op de buigstijfheid en het vervormingsgedrag. Bij een grotere diameter nemen het traagheidsmoment en het weerstandsmoment van de doorsnede sterk toe. Hierdoor kan de paal horizontale belastingen opnemen met een beperktere doorbuiging.

Voor het bepalen van de benodigde buisdiameter worden onder andere het maatgevende schip, de scheepvaartklasse, waterdiepte, vrije paallengte, inbrengdiepte, bodemreactie, paalafstand en gewenste flexibiliteit beoordeeld.

Er bestaat geen universele standaarddiameter voor remmingwerken, aanlegsteigers of dukdalven. Een buis voor een recreatiesteiger kan aanzienlijk kleiner zijn dan een buispaal voor een zwaar remmingwerk langs een drukke binnenvaartroute of in een zeehaven.

Een zeer stijve paal is bovendien niet in iedere situatie wenselijk. Bij sommige remmingwerken wordt gecontroleerde vervorming gebruikt om een deel van de aanlegenergie op te nemen. De toegestane verplaatsing moet daarom onderdeel zijn van de constructieve en geotechnische berekening.

Welke wanddikte moet een stalen buispaal hebben?

De wanddikte bepaalt mede de doorsnedesterkte, lokale stabiliteit, deukbestendigheid en resterende capaciteit na corrosie. De buis moet niet alleen de belastingen tijdens het gebruik kunnen opnemen, maar ook voldoende robuust zijn voor transport, hijsen, lassen, heien en trillen.

Bij het berekenen van de benodigde wanddikte worden onder meer het buigend moment, de normaalkracht, dwarskracht, diameter-wanddikteverhouding, lokale knik, doorsnedeklasse, ovalisatie, vermoeiing en corrosietoeslag gecontroleerd.

De term dikwandige stalen buis heeft geen vaste grens. Een bepaalde wanddikte kan bij een kleine diameter relatief zwaar zijn, terwijl dezelfde wanddikte bij een grote diameter juist beperkt is. De diameter en wanddikte moeten daarom altijd gezamenlijk worden beoordeeld.

Een hogere staalsterkte maakt een stalen buis niet automatisch stijver. Constructiestaalsoorten zoals S235, S275 en S355 hebben ongeveer dezelfde elasticiteitsmodulus. Wanneer de horizontale verplaatsing maatgevend is, kan een grotere diameter effectiever zijn dan alleen een hogere staalsoort.

Welke staalsoorten zijn geschikt voor remmingwerken?

Voor remmingwerken, dukdalven, meerpalen en steigerfunderingen worden hoofdzakelijk constructiestaalsoorten gebruikt. Veelvoorkomende sterkteklassen zijn S235, S275 en S355. Voor zwaarder belaste waterbouwkundige buispalen wordt regelmatig een kwaliteit uit de S355-klasse toegepast.

S355J2H voor stalen buispalen

Een veelgebruikte staalsoort voor ronde constructiebuizen is S355J2H. De letters en cijfers geven informatie over de toepassing, nominale vloeigrens, kerfslagtaaiheid en productvorm.

  • S staat voor constructiestaal;
  • 355 verwijst naar de nominale minimale vloeigrens binnen de betreffende dikterange;
  • J2 betekent een gespecificeerde kerfslagtaaiheid van minimaal 27 joule bij -20 °C;
  • H geeft aan dat het materiaal bestemd is voor een hol constructieprofiel.

De letter H betekent niet dat de buis warmvervaardigd is. De fabricage- en leveringstoestand blijken uit de productnorm en het materiaalcertificaat.

Andere mogelijke kwaliteiten zijn S275J0H, S275J2H en S355J0H. Ook hogere sterkteklassen, zoals S420 of S460, kunnen projectspecifiek worden toegepast. Een hogere sterkteklasse is echter niet automatisch technisch of economisch gunstiger.

Naast de vloeigrens zijn ook materiaaldikte, taaiheid, lasbaarheid, koolstofequivalent, ontwerptemperatuur en vermoeiingsbelasting van belang. De vloeigrens kan bij grotere wanddiktes bovendien lager zijn dan de waarde die in de staalnaam is opgenomen.

Verschil tussen S355J2H en S355J0H

S355J2H en S355J0H behoren tot dezelfde nominale sterkteklasse. Het belangrijkste verschil is de temperatuur waarbij de kerfslagtaaiheid is gespecificeerd.

Bij S355J0H geldt de opgegeven kerfslagwaarde bij 0 °C. Bij S355J2H geldt deze bij -20 °C. S355J2H biedt daarmee een aantoonbare taaiheid bij een lagere beproevingstemperatuur.

De keuze tussen beide kwaliteiten wordt niet alleen door de omgevingstemperatuur bepaald. Ook de wanddikte, spanningstoestand, lasdetails, vermoeiing en gevolgen van eventueel bezwijken spelen een rol.

Welke productnorm geldt voor stalen constructiebuizen?

Voor ronde stalen constructiebuizen zijn EN 10219 en EN 10210 belangrijke Europese productnormen. Deze normen stellen eisen aan onder meer materiaaleigenschappen, fabricage, afmetingen, toleranties, beproeving en markering.

EN 10219

EN 10219 heeft betrekking op koudvervaardigde gelaste constructieve holle profielen. EN 10219-1 bevat de technische leveringsvoorwaarden. EN 10219-2 behandelt onder meer toleranties, afmetingen en statische waarden van de profielen.

EN 10210

EN 10210 geldt voor warmvervaardigde constructieve holle profielen. Ook deze norm bestaat uit een deel met technische leveringsvoorwaarden en een deel voor toleranties, afmetingen en doorsnede-eigenschappen.

Een constructiebuis volgens EN 10210 is niet automatisch naadloos. Binnen deze norm kunnen zowel gelaste als naadloze holle profielen voorkomen. Buizen volgens EN 10219 zijn koudvervaardigde gelaste constructieprofielen.

Buizen uit andere productnormen kunnen soms eveneens constructief worden toegepast. Een leidingbuis volgens bijvoorbeeld API 5L is echter niet automatisch gelijkwaardig aan een constructiebuis volgens EN 10219. De materiaaleigenschappen, toleranties, laskwaliteit, beproevingen en documentatie moeten aantoonbaar aansluiten op het ontwerp.

Welke normen zijn relevant voor het ontwerp?

De productnorm beschrijft de eigenschappen en leveringsvoorwaarden van de buis, maar niet de berekening van het volledige remmingwerk. Voor het constructieve, geotechnische en uitvoeringstechnische ontwerp kunnen verschillende Eurocodes en Europese normen relevant zijn.

  • EN 1993-1-1 voor algemene regels voor staalconstructies;
  • EN 1993-1-8 voor verbindingen;
  • EN 1993-1-9 voor vermoeiing;
  • EN 1993-1-10 voor materiaaltaaiheid;
  • EN 1993-5 voor stalen palen en damwanden;
  • EN 1997 voor het geotechnische ontwerp;
  • EN 1090-2 voor de uitvoering van staalconstructies;
  • EN 10204 voor materiaal- en inspectiedocumenten.

Daarnaast kunnen projectspecifieke richtlijnen van Rijkswaterstaat, havenbedrijven, provincies, gemeenten, waterschappen en andere beheerders van toepassing zijn. De geldende normversies, nationale bijlagen en aanvullende eisen moeten in het ontwerp en bestek worden vastgelegd.

Langsnaadgelaste of spiraalgelaste buizen

Grote stalen buizen voor remmingwerken en aanlegconstructies zijn meestal gelast. De meest voorkomende uitvoeringen zijn langsnaadgelaste en spiraalgelaste buizen.

Langsnaadgelaste buizen

Bij een langsnaadgelaste buis loopt de las evenwijdig aan de lengteas. De buis wordt gevormd uit plaatmateriaal en over de lengte gesloten. Voor bepaalde productiemethoden wordt internationaal de aanduiding LSAW gebruikt.

Spiraalgelaste buizen

Bij een spiraalgelaste buis loopt de las spiraalvormig om de buis. Deze buizen worden doorgaans uit een continue staalplaat of coil gevormd. Internationale aanduidingen zijn onder meer SSAW en HSAW.

De positie van de las bepaalt niet zelfstandig of een buis geschikt is voor een remmingwerk. De productnorm, staalsoort, wanddikte, toleranties, laskwaliteit, technische staat, beproevingen en constructieve berekening zijn doorslaggevend.

Naadloze stalen buizen kunnen eveneens constructief worden gebruikt. Bij de grote diameters van zware remmingpalen, fenderpalen en dukdalven zijn gelaste buizen echter gangbaarder.

Open of gesloten stalen buispalen

Een stalen buispaal kan met een open of gesloten onderzijde worden uitgevoerd. De keuze beĆÆnvloedt het installatiegedrag, de grondverdringing en de verticale paalweerstand.

Open buispaal

Bij een open buispaal kan tijdens het inbrengen grond in de buis komen. Afhankelijk van de bodemsoort, diameter, paallengte en installatiemethode kan zich in de buis een grondprop vormen.

Gesloten buispaal

Een gesloten buispaal is aan de onderzijde voorzien van een bodemplaat, voetplaat, paalschoen of andere afsluiting. Hierdoor wordt tijdens het inbrengen meer grond verdrongen.

De keuze tussen een open en gesloten paalpunt kan invloed hebben op de inbrengweerstand, trillingen, grondvervorming, paalpuntweerstand en schachtwrijving. Voor horizontaal belaste remmingpalen is vooral de interactie tussen de paal en de omliggende grond over de ingebedde lengte belangrijk.

Horizontaal belaste buispalen en bodemreactie

Remmingpalen, geleidepalen en meerpalen worden vaak hoofdzakelijk horizontaal belast. Het gedrag van de constructie wordt daardoor niet alleen bepaald door het staalprofiel, maar ook door de weerstand en vervorming van de bodem.

Relevante geotechnische factoren zijn de bodemopbouw, dichtheid van zand, sterkte van klei en veen, grondwaterstand, inbrengdiepte, paaldiameter en de stijfheid van de paal-grondcombinatie.

Bij geotechnische berekeningen kunnen bodemveren of zogenoemde p-y-curven worden gebruikt. Hiermee wordt de niet-lineaire relatie tussen horizontale gronddruk en de verplaatsing van de buispaal gemodelleerd.

Ook ontgronding rond de paal kan het gedrag beĆÆnvloeden. Bodemerosie door stroming of scheepsschroeven kan de effectieve inklemming verminderen, waardoor grotere momenten en horizontale verplaatsingen ontstaan.

Heien, trillen, drukken of boorondersteund aanbrengen

Stalen buispalen voor remmingwerken en aanlegconstructies kunnen op verschillende manieren worden geĆÆnstalleerd. Veelgebruikte technieken zijn heien, intrillen, statisch drukken, voorboren en boorondersteund inbrengen.

De geschikte inbrengmethode hangt af van de bodemgesteldheid, paaldiameter, wanddikte, benodigde inbrengdiepte, beschikbare werkruimte en toegestane niveaus voor geluid en trillingen.

Bij waterbouwkundige projecten worden de palen vaak vanaf een ponton of drijvende heistelling aangebracht. De bereikbaarheid, waterdiepte, stroming en beschikbare hijscapaciteit moeten daarom al bij de materiaalkeuze worden meegenomen.

Tijdens het heien ontstaan spanningsgolven en hoge lokale belastingen bij de paalkop. Bij intrillen treden herhaalde dynamische belastingen op. De buis moet daarom ook in de uitvoeringsfase voldoende sterk en lokaal stabiel zijn.

Stalen buispalen koppelen en verlengen

Lange remmingpalen, meerpalen en steigerpalen worden regelmatig uit meerdere buissecties samengesteld. De buisdelen worden doorgaans met een volledige rondgaande stompe las aan elkaar gekoppeld.

Bij het verlengen van stalen buispalen zijn de lasnaadvoorbereiding, uitlijning, rondheid, diameterafwijkingen, wanddikteverschillen en toegestane excentriciteit belangrijke aandachtspunten.

De laswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een geschikte lasmethode en gekwalificeerde lasprocedure. Afhankelijk van de projectspecificatie kan visueel of niet-destructief onderzoek van de koppellas worden vereist.

Een rondnaad wordt zowel tijdens het inbrengen als tijdens de gebruiksfase belast. De verbinding moet daarom minimaal de sterkte en betrouwbaarheid bieden die in het constructieve ontwerp zijn aangenomen.

Kunnen stalen buizen met beton of grout worden gevuld?

Stalen buispalen kunnen geheel of gedeeltelijk worden gevuld met beton, grout, zand of een ander vulmateriaal. Vullen is echter niet standaard noodzakelijk voor iedere remmingpaal of aanlegconstructie.

Een vulling kan worden toegepast om de paalkop te versterken, lokale stabiliteit te verbeteren, een verankering te ondersteunen, extra massa toe te voegen of een staal-betonconstructie te vormen.

Het constructieve effect hangt af van de samenwerking tussen de stalen buis en het vulmateriaal. Los ingestort beton, grout of zand vormt niet automatisch een volledig samengestelde doorsnede.

Corrosie van stalen buizen in water

Constructiestaal zoals S355J2H is niet uit zichzelf corrosiebestendig. Een hogere vloeigrens betekent bovendien niet dat het staal langzamer corrodeert. De duurzaamheid van de buispaal moet daarom afzonderlijk worden ontworpen.

Bij een stalen paal in water kunnen verschillende blootstellingszones worden onderscheiden:

  • de atmosferische zone boven het water;
  • de spatwaterzone;
  • de getijden- of wisselwaterzone;
  • de permanent ondergedompelde zone;
  • de bodem- of sedimentzone.

De corrosiebelasting kan per zone sterk verschillen. Belangrijke omgevingsfactoren zijn het chloridegehalte, zuurstofaanbod, temperatuur, stroming, microbiologische activiteit, waterkwaliteit en mechanische beschadiging.

De wisselende waterlijn en spatwaterzone kunnen zwaar worden belast doordat het staal regelmatig nat en droog wordt. Bij remmingwerken kan daarnaast beschadiging optreden door scheepscontact, drijvend materiaal en onderhoudswerkzaamheden.

Welke corrosiebescherming is geschikt?

De levensduur van een stalen remmingpaal kan worden verlengd met een berekende corrosietoeslag, een coatingsysteem, kathodische bescherming, lokale bekleding of een combinatie van beschermingsmaatregelen.

  • extra wanddikte als corrosiereserve;
  • een beschermend verfsysteem;
  • een coating voor onderwater- en spatwaterbelasting;
  • kathodische bescherming;
  • lokale bescherming rond de waterlijn;
  • periodieke inspectie en onderhoud;
  • herstel van beschadigde conserveringslagen.

Kathodische bescherming werkt alleen wanneer het staal in contact staat met een geschikt elektrolyt, zoals water of natte bodem. Het atmosferische gedeelte van een paal wordt hiermee niet automatisch beschermd.

De constructieve berekening moet rekening houden met de resterende wanddikte aan het einde van de ontwerpduur. De volledige oorspronkelijke wanddikte mag daarom niet altijd als blijvend beschikbare doorsnede worden beschouwd.

Wrijfgordingen, fenders en horizontale regels

De stalen buispalen vormen meestal de dragende basis van het remmingwerk. Het directe contact met het schip vindt vaak plaats via houten of kunststof wrijfgordingen, fenderpanelen of andere energieabsorberende elementen.

Deze onderdelen verdelen de aanlegbelasting, beperken lokale schade aan het schip en beschermen de achterliggende staalconstructie. Afhankelijk van het ontwerp kunnen zij daarnaast een deel van de bewegingsenergie van het schip opnemen.

Horizontale remmingregels verbinden meerdere stalen palen en verdelen de belasting over een groter deel van de constructie. De buispalen, regels, wrijfhouten, fenders en verbindingen moeten daarom als ƩƩn samenhangend systeem worden berekend.

Vermoeiing bij remmingwerken en aanlegconstructies

Remmingwerken en aanlegconstructies worden gedurende hun levensduur herhaaldelijk belast door scheepscontact, trossen, wind, golven en stroming. Hierdoor kan vermoeiing relevant zijn, vooral bij gelaste verbindingen en plaatselijke detailleringen.

Vermoeiingsgevoelige onderdelen zijn onder andere consoles, gordingsteunen, verstijvingsplaten, paalmutsen, lasovergangen, gaten en plotselinge veranderingen in wanddikte.

Niet alleen de hoogste belasting is bepalend. Ook het aantal belastingswisselingen, de grootte van de spanningsvariatie en de detailcategorie van de lasverbinding beĆÆnvloeden de vermoeiingslevensduur.

Materiaalcertificaten en traceerbaarheid

Voor stalen buizen in waterbouwkundige constructies moet aantoonbaar zijn welke materiaal- en productkwaliteit is geleverd. Een inspectiedocument volgens EN 10204 type 3.1 kan productspecifieke keuringsresultaten bevatten.

  • staalsoort en productnorm;
  • chemische samenstelling;
  • vloeigrens en treksterkte;
  • rek na breuk;
  • resultaten van kerfslagproeven;
  • chargenummer of heat number;
  • productidentificatie;
  • uitgevoerde materiaalbeproevingen.

Een 3.1-certificaat bewijst niet zelfstandig dat een buis geschikt is voor een specifieke remmingconstructie. Ook de afmetingen, actuele wanddikte, rechtheid, rondheid, lasnaad, oppervlakteconditie en fysieke markering moeten worden gecontroleerd.

Bij surplus stalen buizen zijn traceerbaarheid en technische inspectie extra belangrijk. De aantoonbare materiaaleigenschappen, technische staat en overeenstemming met de nieuwe projectspecificatie zijn daarbij bepalend.

Geschikte stalen buizen per waterbouwkundige toepassing

Waterbouwkundige toepassing Functie van de stalen buis Belangrijke selectiecriteria
Remmingwerk Schepen begeleiden en kunstwerken afschermen Buigstijfheid, scheepsbelasting, bodemreactie, paalafstand en fendering
Geleidewerk Schepen naar een doorvaart of sluisopening leiden Horizontale belasting, vervormingsgedrag en paal-grondinteractie
Meerpaal Afmeerkrachten uit trossen opnemen Buigend moment, paallengte, inbrengdiepte en corrosiebescherming
Dukdalf Afmeren, geleiden of beschermen Horizontale belasting, verbindingen, robuustheid en energieabsorptie
Aanlegsteiger Steigerdek funderen en scheepskrachten opnemen Verticale draagkracht, horizontale stabiliteit en vermoeiing
Wachtsteiger Tijdelijke afmeervoorziening bij een brug of sluis Troskrachten, waterstandsvariatie, bereikbaarheid en vervorming
Fenderpaal Een fender- of aanvaarbeveiligingssysteem ondersteunen Dynamische belasting, lokale aansluitingen en vervangbaarheid
Beschermpaal Een brug, kade of installatie afschermen Aanvaringsbelasting, vervormingscapaciteit en robuustheid

Welke gegevens zijn nodig om de juiste stalen buis te kiezen?

Voor de selectie van een stalen buis voor een remmingwerk of aanlegconstructie zijn constructieve, geotechnische, uitvoeringstechnische en duurzaamheidstechnische gegevens nodig.

  • functie en gewenste werking van de constructie;
  • maatgevend schip en scheepvaartklasse;
  • aanleg-, afmeer- en eventuele aanvaringsbelasting;
  • waterdiepte en waterstandsvariatie;
  • bodemonderzoek en geotechnische parameters;
  • paallengte, vrije lengte en inbrengdiepte;
  • maximaal toegestane vervorming;
  • ontwerpduur en corrosieomgeving;
  • coating, corrosietoeslag of kathodische bescherming;
  • inbrengmethode en beschikbare installatieapparatuur;
  • vereiste staalsoort en productnorm;
  • eisen aan materiaalcertificaten, lassen en inspecties.

De geschikte stalen buis is doorgaans een ronde, gelaste constructiebuis of buispaal met een projectspecifieke buitendiameter, wanddikte, staalsoort en corrosiebescherming. De volledige constructie moet worden afgestemd op de scheepsbelasting, bodemgesteldheid, installatiemethode, verbindingen, vermoeiing en vereiste levensduur.

Stalen buizen voor uw remmingwerk of aanlegconstructie

Heeft u een projectspecificatie of zoekt u stalen buizen met een passende diameter, wanddikte en staalsoort? Neem contact op om de technische mogelijkheden en beschikbare buizen te bespreken.

ā˜Žļø Telefoon: 0168 – 35 66 55

āœ‰ļø E-mail: sales@solines.nl

Meer weten?

Meer weten over onze voorraad of buizen met een andere diameter of wanddikte? Wij denken graag met u mee.

Meer nieuws bij Solines

Daarom kiest u voor Solines

Vraag een offerte aan

Vraag geheel vrijblijvend een offerte aan

Het duurt maar 2 minuten en u ontvangt de offerte altijd binnen 24 uur. Heeft u een andere vraag? Bel ons dan.