Wanneer hoort een staalcertificaat bij een stalen buis?

Een staalcertificaat hoort bij een stalen buis wanneer een sluitende en controleerbare koppeling bestaat tussen het fysieke materiaal, de leveringsdocumenten en het keuringsdocument.

Deze koppeling wordt materiaaltraceerbaarheid genoemd. Daarmee kan worden vastgesteld uit welke productiepartij, charge, smelt of testeenheid de buis afkomstig is en op welke materiaalbeproevingen de vermelde eigenschappen zijn gebaseerd.

Het controleren van een materiaalcertificaat bestaat daarom uit meer dan alleen het vergelijken van de diameter en staalsoort. Verschillende partijen stalen buizen kunnen dezelfde afmetingen en materiaalkwaliteit hebben. Vooral het chargenummer, ook wel heat number of smeltnummer genoemd, is belangrijk om vast te stellen of het certificaat daadwerkelijk bij de geleverde buis hoort.

Wat is materiaaltraceerbaarheid bij stalen buizen?

Materiaaltraceerbaarheid is de mogelijkheid om een stalen buis te herleiden tot de bijbehorende productie-, materiaal- of testeenheid.

De identificatie moet tijdens productie, opslag, transport, levering en eventuele bewerking behouden blijven. Dat kan via een markering op de buis, een bundellabel, een uniek materiaalnummer of een administratief registratiesysteem.

Een traceerbare levering bestaat doorgaans uit een samenhangende keten van:

  • de fysieke markering op de buis of bundel;
  • het chargenummer of een andere productiecode;
  • het staalcertificaat;
  • de paklijst of materiaalstaat;
  • de leverbon;
  • de order- en partijregistratie.

Alleen de aanwezigheid van een keuringscertificaat is dus onvoldoende. Er moet ook aantoonbaar zijn dat de specifieke buis of partij buizen onder het betreffende document valt.

Controleer het chargenummer of heat number

Het belangrijkste controlepunt is meestal het chargenummer. Synoniemen die in de staalbranche worden gebruikt zijn heat number, smeltnummer, cast number en chargecode.

Een staalproducent kent deze identificatiecode toe aan een bepaalde staalsmelt. Via het chargenummer kunnen productiegegevens, de chemische analyse en relevante materiaalbeproevingen aan het geproduceerde staal worden gekoppeld.

Controleer bij een stalen buis daarom of:

  • het chargenummer op de buis of het bundellabel leesbaar is;
  • hetzelfde nummer op het staalcertificaat voorkomt;
  • letters, cijfers en eventuele tekens volledig overeenkomen;
  • de paklijst en leverbon dezelfde materiaalpartij vermelden;
  • niet meerdere charges binnen ƩƩn bundel of levering zijn vermengd.

Een certificaat kan meerdere charges, maten of productregels bevatten. Zoek daarom altijd de specifieke regel op waarop de betreffende diameter, wanddikte, staalsoort en charge worden vermeld.

Afhankelijk van het productieproces kunnen naast het heat number ook andere identificaties voorkomen, zoals een coilnummer, plaatnummer, lotnummer, batchnummer, buisnummer of testeenheidnummer.

Controleer de buismarkering en het bundellabel

De vereiste markering van stalen buizen hangt af van de productnorm, de afmetingen, de fabrikant, de leveringsvorm en eventuele aanvullende projecteisen.

Een buismarkering kan onder andere bestaan uit:

  • de naam of identificatiecode van de staalproducent;
  • de staalsoort;
  • de productnorm;
  • de buitendiameter en wanddikte;
  • het chargenummer;
  • een productie- of batchnummer;
  • een CE-gerelateerde identificatie, indien van toepassing;
  • een keurmerk of inspectiestempel.

De gegevens kunnen met verf, inkjet, stencil, slagstempel of etiket zijn aangebracht. Bij kleinere buizen worden de identificatiegegevens vaak op een bundellabel vermeld in plaats van op iedere afzonderlijke buis.

Een bundellabel kan voldoende zijn zolang de buizen bij elkaar blijven en duidelijk is dat alle producten onder dezelfde identificatie vallen. Zodra de bundel wordt opgesplitst, moeten de relevante materiaalgegevens worden overgenomen of administratief aan de afzonderlijke buizen worden gekoppeld.

Vergelijk de volledige staalsoort

Controleer of de staalsoort op het materiaalcertificaat exact overeenkomt met de markering, bestelling en projectspecificatie.

Bij constructieve stalen buizen en holle profielen komen bijvoorbeeld de volgende materiaalkwaliteiten voor:

  • S235JRH;
  • S275J0H;
  • S355J2H;
  • S355NH;
  • S355MH.

Bij de staalsoort S355J2H hebben de letters en cijfers een eigen betekenis:

  • S staat voor constructiestaal;
  • 355 verwijst naar de gespecificeerde minimale vloeigrens, afhankelijk van de materiaaldikte;
  • J2 staat voor een gespecificeerde kerfslagenergie van 27 joule bij āˆ’20 °C;
  • H geeft aan dat het om een hol profiel gaat.

Vergelijk altijd de volledige staalaanduiding. S355J0H en S355J2H behoren bijvoorbeeld tot dezelfde nominale sterkteklasse, maar hebben verschillende eisen voor de kerfslagtaaiheid.

Ook toevoegingen die betrekking hebben op de leveringstoestand of productiemethode zijn relevant. Een afwijkende of verkorte materiaalaanduiding moet worden verklaard voordat een buis op basis van het certificaat wordt geaccepteerd.

Controleer de productnorm van de buis

De productnorm bepaalt aan welke technische leveringsvoorwaarden de stalen buis moet voldoen. De norm beschrijft onder andere materiaalvereisten, toleranties, beproevingen, markering en leveringscondities.

Veelvoorkomende normen voor stalen buizen zijn:

  • EN 10219 voor koudvervaardigde gelaste constructieve holle profielen;
  • EN 10210 voor warmvervaardigde constructieve holle profielen;
  • EN 10217 voor gelaste stalen buizen voor drukdoeleinden;
  • EN 10216 voor naadloze stalen buizen voor drukdoeleinden;
  • EN 10225 voor constructiestaal voor offshoreconstructies;
  • API 5L voor leidingbuizen voor de olie- en gasindustrie.

Controleer niet alleen het hoofdnummer, maar ook het relevante normdeel. Binnen een normenreeks kunnen verschillende delen betrekking hebben op technische leveringsvoorwaarden, staalsoorten, maatvoering en toleranties.

De vermelde productnorm moet passen bij de productvorm, staalsoort, productiemethode en toepassing. Een certificaat voor een drukbuis kan niet zonder technische beoordeling worden gebruikt als bewijs voor een constructief hol profiel of een funderingsbuis.

EN 10204 bepaalt het type keuringsdocument

EN 10204 is geen productnorm voor stalen buizen, maar een norm voor keuringsdocumenten van metalen producten.

De norm beschrijft welke verklaring een fabrikant afgeeft, welke testresultaten worden opgenomen en wie het document valideert. De eisen aan de chemische samenstelling, mechanische eigenschappen, afmetingen en toleranties volgen uit de productnorm en de bestelling.

De aanduiding EN 10204 3.1 geeft dus aan welk type keuringsdocument is geleverd, maar zegt zonder aanvullende productinformatie niet welke staalsoort of buiskwaliteit het betreft.

Verschil tussen een 2.1-, 2.2-, 3.1- en 3.2-certificaat

Niet ieder staalcertificaat bevat hetzelfde niveau van materiaalgegevens en controle.

Documenttype Inhoud Validatie
2.1 Verklaring dat het product aan de bestelling voldoet, zonder testresultaten Fabrikant
2.2 Verklaring van overeenstemming met niet-specifieke testresultaten Fabrikant
3.1 Verklaring van overeenstemming met specifieke testresultaten Bevoegde inspectievertegenwoordiger van de fabrikant, onafhankelijk van de productieafdeling
3.2 Verklaring van overeenstemming met specifieke testresultaten Fabrikant en bevoegde vertegenwoordiger van de afnemer of aangewezen externe inspecteur

Een 3.1-certificaat voor staal bevat specifieke testresultaten van de vastgestelde testeenheid. Dat betekent niet automatisch dat iedere afzonderlijke buis apart is beproefd.

De productnorm, bestelling en projectspecificatie bepalen uit hoeveel materiaal een testeenheid bestaat en welke controles moeten worden uitgevoerd.

Vergelijk de diameter en wanddikte

Controleer of de nominale buitendiameter en wanddikte op het certificaat overeenkomen met de geleverde buis. Een buismaat kan bijvoorbeeld worden weergegeven als Ƙ 610,0 Ɨ 10,0 millimeter.

Bij twijfel kunnen de afmetingen fysiek worden gecontroleerd met:

  • een diameterband;
  • een schuifmaat;
  • een micrometer;
  • een ultrasone wanddiktemeter.

De gemeten waarde hoeft niet exact gelijk te zijn aan de nominale buismaat. Productnormen staan bepaalde maattoleranties toe voor de buitendiameter, wanddikte, rondheid, lengte en rechtheid.

Controleer daarom niet alleen of de maat ongeveer klopt, maar ook of de gemeten afmetingen binnen de toegestane toleranties van de toepasselijke norm vallen.

De diameter en wanddikte vormen ondersteunend bewijs. Ze zijn geen unieke identificatie, omdat meerdere productiecharges dezelfde nominale buisafmetingen kunnen hebben.

Controleer de productiemethode en lasnaad

Ook de productiemethode moet aansluiten op het certificaat en de bestelling.

Stalen buizen kunnen onder meer worden geleverd als:

  • naadloze buizen;
  • langsnaadgelaste buizen;
  • spiraalgelaste buizen;
  • koudvervaardigde constructiebuizen;
  • warmvervaardigde holle profielen.

Bij gelaste buizen kan het relevant zijn of de buis is geproduceerd met een langsnaad of spiraalnaad. Ook processen zoals elektrisch weerstandslassen, hoogfrequent lassen of onderpoederlassen kunnen op het certificaat worden vermeld.

Een afwijking in productiemethode kan gevolgen hebben voor de toepasselijke norm, toleranties, mechanische eigenschappen en keuringsvereisten.

Vergelijk lengte, gewicht, aantal en partijomvang

Het staalcertificaat vermeldt niet altijd de lengte van iedere afzonderlijke buis. Het document kan ook een totale massa, een aantal stuks, een lengterange of een complete leveringspartij bevatten.

Vergelijk deze informatie met:

  • de paklijst;
  • de orderbevestiging;
  • de materiaalstaat;
  • de leverbon;
  • de zaaglijst;
  • de voorraadadministratie.

Een verschil tussen theoretisch en werkelijk gewicht is niet automatisch fout. Het theoretische buisgewicht wordt berekend op basis van nominale afmetingen en een vastgestelde dichtheid, terwijl het werkelijke gewicht wordt beĆÆnvloed door productietoleranties.

Grote of onverklaarde verschillen in gewicht, lengte of aantal moeten wel worden onderzocht. Bij een deellevering moet duidelijk zijn welk deel van de gecertificeerde partij daadwerkelijk is geleverd.

Controleer de fabrikant en documentreferenties

De fabrikant op het keuringsdocument moet passen bij de markering op de buis en bij de vastgelegde leveringsketen.

Vergelijk daarnaast waar mogelijk:

  • het certificaatnummer;
  • het ordernummer van de staalproducent;
  • het ordernummer van de leverancier;
  • het artikelnummer;
  • het positienummer;
  • de klantreferentie;
  • de productiedatum;
  • de chargecode;
  • het testeenheidnummer.

Ordernummers hoeven niet overal hetzelfde te zijn. Een staalfabriek, voorraadhouder, handelaar en eindklant kunnen ieder een eigen referentie gebruiken.

Er moet wel een controleerbare administratieve koppeling bestaan tussen deze nummers. Zonder die koppeling kan niet worden aangetoond dat het fabriekscertificaat bij de geleverde partij hoort.

Controleer de chemische samenstelling

Een 3.1- of 3.2-materiaalcertificaat bevat doorgaans een chemische analyse van het staal, voor zover dit volgens de productnorm en bestelling is vereist.

Bij constructiestaal kunnen onder meer de volgende elementen en bestanddelen worden vermeld:

  • koolstof;
  • mangaan;
  • silicium;
  • fosfor;
  • zwavel;
  • stikstof;
  • aluminium;
  • niobium;
  • vanadium;
  • titaan.

Controleer of de gemeten waarden voldoen aan de eisen van de staalsoort en productnorm. Let daarbij op het verschil tussen de smeltanalyse en de productanalyse. Voor beide analyses kunnen verschillende toegestane afwijkingen gelden.

Ook het koolstofequivalent kan relevant zijn. Deze waarde geeft een indicatie van de lasbaarheid van het staal. Welke berekening en grenswaarde moeten worden gebruikt, hangt af van de toepasselijke norm en materiaalspecificatie.

Een vergelijkbare chemische samenstelling bewijst niet dat twee buizen uit dezelfde charge afkomstig zijn. Chemische analyse ondersteunt de materiaalcontrole, maar vervangt het chargenummer niet.

Controleer de mechanische eigenschappen

Het certificaat kan verschillende resultaten van materiaalbeproevingen bevatten, waaronder:

  • vloeigrens;
  • treksterkte;
  • rek na breuk;
  • kerfslagenergie;
  • hardheid;
  • afplatproef;
  • buigproef;
  • hydrostatische proef.

Welke testen worden vermeld, hangt af van de productnorm, staalsoort, productspecificatie en toepassing.

Controleer de mechanische waarden altijd in combinatie met:

  • de materiaaldikte;
  • de leveringstoestand;
  • de beproevingstemperatuur;
  • de richting en positie van het proefstuk;
  • de eisen uit de productnorm.

De minimale vloeigrens kan afnemen naarmate de materiaaldikte groter wordt. De waarde uit de staalnaam mag daarom niet zonder meer als minimale eis voor iedere wanddikte worden gebruikt.

Bij een kerfslagproef moet ook de testtemperatuur overeenkomen. Een resultaat bij 0 °C is niet gelijkwaardig aan een voorgeschreven resultaat bij āˆ’20 °C.

Controleer of alle certificaatgegevens technisch samenhangen

Een materiaalcertificaat moet niet alleen afzonderlijk juiste gegevens bevatten. De gegevens moeten ook onderling logisch en technisch consistent zijn.

Controleer onder andere of:

  • de staalsoort binnen het toepassingsgebied van de productnorm valt;
  • de productvorm overeenkomt met de norm;
  • de productiemethode bij de buis past;
  • de chemische samenstelling plausibel is;
  • de mechanische waarden aan de vereisten voldoen;
  • de testtemperatuur bij de staalsoort hoort;
  • de afmetingen binnen het gecertificeerde bereik vallen;
  • het certificaattype voldoet aan de projectspecificatie.

Een overeenkomstig heat number is belangrijk, maar niet altijd voldoende. De buis moet ook voldoen aan de juiste norm, materiaalkwaliteit, leveringstoestand en aanvullende projecteisen.

Traceerbaarheid bij buispalen en funderingsbuizen

Bij stalen buispalen, heibuizen, casingbuizen en funderingsbuizen kan materiaaltraceerbaarheid belangrijk zijn voor de constructieve onderbouwing, uitvoeringscontrole en kwaliteitsborging.

De vereiste documentatie hangt af van het ontwerp, de uitvoeringsnorm, de projectspecificatie en de verantwoordelijkheid van de constructeur.

Bij funderingstoepassingen kunnen onder andere de volgende gegevens relevant zijn:

  • staalsoort en vloeigrens;
  • buitendiameter en wanddikte;
  • productnorm;
  • lasnaad en productiemethode;
  • chargenummer;
  • kerfslagtaaiheid;
  • lasbaarheid;
  • corrosietoeslag;
  • certificaattype.

Niet iedere stalen buis is automatisch geschikt als buispaal of funderingsbuis. De certificaatcontrole is slechts ƩƩn onderdeel van de technische beoordeling. Ook draagvermogen, stabiliteit, grondcondities, verbindingen, lasdetails en duurzaamheid spelen een rol.

Wat gebeurt er bij zagen, lassen of bewerken?

Bij het zagen, stralen, coaten, verzinken, trompen, lassen of op lengte maken van stalen buizen kan de oorspronkelijke markering verdwijnen.

De traceerbaarheid moet daarom tijdens de bewerking behouden blijven. Dat kan met:

  • een uniek materiaalnummer;
  • het gecontroleerd overnemen van het chargenummer;
  • labels op afzonderlijke buislengtes;
  • een zaagplan;
  • een materiaalstaat;
  • een digitaal certificatenregister;
  • een koppeling tussen werkorder en staalcertificaat;
  • fysiek gescheiden opslag van verschillende charges.

Bij reststukken moet duidelijk blijven uit welke oorspronkelijke buis of materiaalpartij zij afkomstig zijn. Alleen de diameter en wanddikte zijn onvoldoende om een ongemarkeerd reststuk achteraf aan een certificaat te koppelen.

De vereiste mate van traceerbaarheid kan verschillen. Soms is traceerbaarheid per charge of materiaalpartij voldoende. Bij kritische toepassingen kan identificatie per afzonderlijk onderdeel worden verlangd.

Wat als het chargenummer niet leesbaar is?

Wanneer het chargenummer of de oorspronkelijke buismarkering ontbreekt, moet worden onderzocht of de koppeling via andere betrouwbare gegevens kan worden aangetoond.

Mogelijke bronnen zijn:

  • een intact bundellabel;
  • een magazijnregistratie;
  • een ontvangstcontrole;
  • een zaaglijst;
  • een uniek intern materiaalnummer;
  • een foto van de oorspronkelijke markering;
  • een geregistreerde materiaaloverdracht.

Wanneer ook deze documentatie ontbreekt, kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat een bestaand staalcertificaat bij de buis hoort.

Overeenkomstige afmetingen, kleur, lasnaad of vermoedelijke staalsoort zijn daarvoor niet voldoende. Twee visueel identieke buizen kunnen uit verschillende charges of zelfs uit verschillende materiaalkwaliteiten afkomstig zijn.

Kan materiaalonderzoek ontbrekende traceerbaarheid herstellen?

Met positieve materiaalidentificatie, ook wel PMI genoemd, kan de chemische samenstelling van een onbekend metaal gedeeltelijk worden onderzocht.

Draagbare rƶntgenfluorescentieapparatuur kan verschillende legeringselementen meten, maar doorgaans geen koolstof. Daardoor is deze techniek beperkt geschikt voor het onderscheiden van bepaalde koolstofstaalsoorten.

Met optische emissiespectrometrie kan, afhankelijk van de methode en apparatuur, ook koolstof worden gemeten. Aanvullende mechanische beproevingen kunnen inzicht geven in de vloeigrens, treksterkte, rek of kerfslagtaaiheid.

Deze onderzoeken kunnen helpen om de materiaalkwaliteit te beoordelen, maar herstellen niet automatisch de oorspronkelijke traceerbaarheid. Ze bewijzen niet dat de buis afkomstig is uit de specifieke productiecharge die op een bestaand certificaat staat.

Is CE-markering hetzelfde als een 3.1-certificaat?

Een CE-markering en een 3.1-certificaat hebben verschillende functies.

De CE-markering heeft bij bouwproducten betrekking op de verklaarde prestaties volgens de toepasselijke Europese regelgeving en geharmoniseerde productnorm. Daarbij hoort een prestatieverklaring, ook wel Declaration of Performance genoemd.

Een EN 10204 3.1-certificaat bevat specifieke keuringsresultaten voor de relevante testeenheid en een verklaring dat het product aan de overeengekomen eisen voldoet.

Een CE-markering vervangt daarom geen 3.1-certificaat wanneer een projectspecificatie specifieke materiaalwaarden verlangt. Andersom vervangt een 3.1-certificaat geen verplichte CE-markering of prestatieverklaring.

Veelvoorkomende fouten bij het controleren van een staalcertificaat

Bij de controle van een staalcertificaat worden regelmatig dezelfde fouten gemaakt:

  • alleen de staalsoort vergelijken;
  • alleen de diameter en wanddikte controleren;
  • aannemen dat alle buizen in een levering dezelfde charge hebben;
  • het certificaatnummer verwarren met het chargenummer;
  • niet controleren welke productregel bij de buis hoort;
  • EN 10204 als productnorm behandelen;
  • ervan uitgaan dat iedere buis bij een 3.1-certificaat afzonderlijk is getest;
  • reststukken zonder nieuwe identificatie opslaan;
  • verschillen in normdeel of leveringstoestand negeren;
  • een CE-markering gelijkstellen aan een materiaalcertificaat.

Door de controlepunten systematisch af te lopen, wordt voorkomen dat een correct certificaat aan het verkeerde staalproduct wordt gekoppeld.

Stappenplan: controleren of een staalcertificaat bij een buis hoort

  1. Identificeer de afzonderlijke buis, bundel of materiaalpartij.
  2. Noteer het chargenummer, heat number of lotnummer.
  3. Zoek dezelfde code op het staalcertificaat.
  4. Controleer of de specifieke productregel bij de buis hoort.
  5. Vergelijk de fabrikant en productomschrijving.
  6. Controleer de staalsoort en volledige materiaalaanduiding.
  7. Vergelijk de productnorm en het relevante normdeel.
  8. Controleer de buitendiameter, wanddikte en lengte.
  9. Vergelijk het aantal stuks, gewicht en de partijomvang.
  10. Controleer de productiemethode en eventuele lasnaad.
  11. Beoordeel het type EN 10204-keuringsdocument.
  12. Controleer de chemische analyse en mechanische testresultaten.
  13. Vergelijk ordernummers, certificaatnummers en partijreferenties.
  14. Controleer of de traceerbaarheid tijdens opslag en bewerking behouden is.
  15. Onderzoek iedere afwijking voordat het materiaal wordt gebruikt.

Een staalcertificaat hoort aantoonbaar bij een buis wanneer de fysieke markering, het chargenummer, de productgegevens, de leveringsdocumenten en de testresultaten samen ƩƩn consistente traceerbaarheidsketen vormen.

Vragen over staalcertificaten en traceerbaarheid?

Wilt u controleren of een staalcertificaat bij een specifieke buis of partij hoort? Neem dan contact op voor een technische beoordeling van de beschikbare materiaal- en leveringsgegevens.

ā˜Žļø 0168 – 35 66 55
āœ‰ļø sales@solines.nl

Meer weten?

Meer weten over onze voorraad of buizen met een andere diameter of wanddikte? Wij denken graag met u mee.

Meer nieuws bij Solines

Daarom kiest u voor Solines

Vraag een offerte aan

Vraag geheel vrijblijvend een offerte aan

Het duurt maar 2 minuten en u ontvangt de offerte altijd binnen 24 uur. Heeft u een andere vraag? Bel ons dan.