Wat is het verschil tussen DN, NPS en duimse buismaten?
DN is de internationale nominale maat, NPS de Noord-Amerikaanse nominale buismaat en een duimse buismaat verwijst meestal naar NPS. Deze nominale maataanduidingen koppelen stalen leidingbuizen, flenzen, afsluiters en hulpstukken aan dezelfde maatgroep, maar geven niet rechtstreeks de werkelijke buiten- of binnendiameter aan.
Zo horen DN 50 en NPS 2 bij een buitendiameter van 60,3 millimeter. DN, NPS en inchmaten zijn daarmee overeenkomstige referentiematen, geen exacte eenheidsconversies.
Wat betekent DN bij stalen buizen?
DN betekent in de praktijk nominale diameter, maar ISO 6708 definieert DN formeel als de nominale maat van een leidingcomponent. De letters DN worden gevolgd door een dimensieloos geheel getal, zoals DN 50 of DN 200. Dit getal houdt indirect verband met de boring, nominale doorlaat of buitendiameter van de eindaansluiting, maar is geen gemeten buisdiameter.
De correcte schrijfwijze is DN 50, zonder millimeterteken. DN 50 mm of Ø 50 gebruiken alsof het dezelfde maat is, klopt niet. Bij gangbare stalen leidingbuizen correspondeert DN 50 met NPS 2 en Ø 60,3 millimeter.
In Engelstalige technische documentatie komt ook de term nominal bore (NB) voor als aanduiding voor de nominale doorlaat. Ook NB is een referentiemaat en mag niet zonder maattabel als werkelijke binnendiameter worden gelezen.
DN stemt onderdelen binnen een leidingsysteem op elkaar af, maar bepaalt niet de wanddikte, binnendiameter, staalsoort of drukbestendigheid. Ook PN, de nominale drukaanduiding, staat los van DN. De werkelijk toelaatbare druk volgt onder meer uit het materiaal, het ontwerp, de temperatuur en de toegepaste norm.
Wat betekent NPS bij stalen buizen?
NPS staat voor Nominal Pipe Size en is de Noord-Amerikaanse nominale maat voor leidingbuizen en leidingcomponenten. Het getal achter NPS is dimensieloos en niet rechtstreeks meetbaar. ASME B36.10 standaardiseert afmetingen van gelaste en naadloze stalen leidingbuizen; ASME B36.19 geldt voor roestvaststalen leidingbuizen. In catalogi worden deze maten soms informeel ANSI-buismaten genoemd.
Iedere NPS-maat heeft een vaste buitendiameter, ook wanneer de wanddikte verandert. Tot en met NPS 12 is die buitendiameter numeriek groter dan het NPS-getal. NPS 8 heeft bijvoorbeeld een buitendiameter van 8,625 duim, oftewel 219,1 millimeter.
Vanaf NPS 14 komt het getal numeriek overeen met de buitendiameter in duimen. NPS 14 meet dus 355,6 millimeter. Voor een volledige buisspecificatie zijn daarnaast de wanddikte of schedule, het materiaal en de productnorm nodig.
Wat betekent een duimse buismaat of inchmaat?
Eén duim is exact 25,4 millimeter. Een duimse buismaat of inchmaat verwijst meestal naar NPS en niet naar een gemeten diameter. Het stelsel is historisch verbonden met een benaderende inwendige doorlaat, maar werkt tegenwoordig als een gestandaardiseerde reeks met vaste buitendiameters.
Een 2-duimse leidingbuis meet daarom geen Ø 50,8 millimeter. NPS 2, gekoppeld aan DN 50, heeft een buitendiameter van 60,3 millimeter. NPS 10 meet geen Ø 254,0 millimeter, maar Ø 273,0 millimeter.
Ook bij cilindrische G-pijpschroefdraad volgens ISO 228-1, conische R-draad volgens ISO 7-1 en NPT-schroefdraad volgens ASME B1.20.1 is het inchgetal nominaal. De aanduiding 2 duim is daarom pas eenduidig wanneer het maatstelsel en de norm bekend zijn.
DN naar NPS en inch omrekenen: buismaattabel
Wie DN naar NPS, een buismaat in inch naar millimeter of NPS naar DN wil omrekenen, heeft een correspondentietabel nodig. De onderstaande buismaattabel toont gangbare combinaties voor stalen leidingbuizen. De derde kolom vermeldt de gestandaardiseerde buitendiameter, ook aangeduid als outside diameter of OD.
| DN-maat | NPS / duimse maat | Buitendiameter |
|---|---|---|
| DN 15 | NPS 1/2 | 21,3 mm |
| DN 25 | NPS 1 | 33,4 mm |
| DN 40 | NPS 1 1/2 | 48,3 mm |
| DN 50 | NPS 2 | 60,3 mm |
| DN 65 | NPS 2 1/2 | 73,0 mm |
| DN 80 | NPS 3 | 88,9 mm |
| DN 100 | NPS 4 | 114,3 mm |
| DN 150 | NPS 6 | 168,3 mm |
| DN 200 | NPS 8 | 219,1 mm |
| DN 250 | NPS 10 | 273,0 mm |
| DN 300 | NPS 12 | 323,9 mm |
| DN 350 | NPS 14 | 355,6 mm |
| DN 400 | NPS 16 | 406,4 mm |
| DN 500 | NPS 20 | 508,0 mm |
| DN 600 | NPS 24 | 610,0 mm |
De koppeling tussen DN en NPS is een gestandaardiseerde vergelijking, geen rekenkundige conversie. De tabel vervangt bovendien geen productspecificatie. Controleer voor de definitieve maatvoering altijd de toepasselijke norm, maattoleranties en beschikbare wanddiktes.
NPS, schedule, buitendiameter en binnendiameter
NPS bepaalt de maatgroep en buitendiameter. De schedule-aanduiding verwijst binnen het ASME-systeem naar de nominale wanddikte die bij een NPS-maat hoort. Voorbeelden zijn Schedule 10, 40, 80 en 160, naast STD, XS en XXS. Voor roestvaststalen leidingbuizen bestaan onder meer Schedule 10S en 40S. De afkortingen OD, ID en WT staan voor buitendiameter, binnendiameter en wanddikte.
Een schedule is geen vaste millimetermaat: de wanddikte van Schedule 40 verschilt per NPS. Twee buizen met dezelfde NPS en verschillende schedules behouden hun buitendiameter, maar hebben een andere wand- en binnendiameter. Voor exacte waarden is daarom een NPS- en wanddiktetabel nodig.
Bij NPS 8, oftewel DN 200, blijft de buitendiameter 219,1 millimeter. Schedule 40 heeft hier een nominale wanddikte van 8,18 millimeter en Schedule 80 van 12,70 millimeter. De bijbehorende binnendiameters zijn ongeveer 202,7 en 193,7 millimeter.
De formule luidt: binnendiameter = buitendiameter − 2 × wanddikte. De binnendiameter, of ID, bepaalt onder meer de vrije doorlaat. Schedule is geen drukklasse; de toelaatbare druk hangt ook af van materiaal, temperatuur, corrosietoeslag, verbindingen en ontwerpcode.
Wanneer gebruik je DN, NPS of Ø in millimeters?
DN en NPS zijn vooral bruikbaar in de leidingtechniek, waar stalen buizen aansluiten op flenzen, afsluiters, bochten en koppelingen. Een leidingspecificatie combineert daarom DN of NPS met wanddikte of schedule, materiaalnorm, drukklasse en verbindingstype.
In de staalbouw, waterbouw en funderingstechniek wordt een ronde buis meestal beschreven als buitendiameter × wanddikte, bijvoorbeeld Ø 323,9 × 10,0 millimeter. Internationaal worden hiervoor ook OD × WT en de term actual outside diameter gebruikt. Deze afmetingen zijn nodig voor berekeningen van massa, doorsnede, buigstijfheid, knikweerstand, draagvermogen en doorlaat.
Ø 323,9 millimeter valt samen met de buitendiameter van NPS 12, maar maakt een buis niet automatisch tot een ASME B36.10-leidingbuis. Productnorm, wanddikte, staalsoort, productiemethode, toleranties en certificering blijven bepalend.
DN en NPS bepalen geen staalsoort of productnorm
Een nominale maat zegt niets over materiaalkwaliteit of productiewijze. S235JRH, S355J2H, ERW/HFI-buizen, langsnaadgelaste LSAW-buizen, spiraalgelaste SSAW-buizen en naadloze buizen kunnen vergelijkbare diameters hebben. Voor constructiebuizen zijn onder meer EN 10210 en EN 10219 relevant, voor gelaste drukbuizen de EN 10217-reeks en voor transportleidingen API Specification 5L. Deze normen stellen verschillende eisen aan materiaal, vervaardiging, toleranties, beproeving en certificering.
Veelgemaakte fouten bij nominale buismaten
- DN behandelen als een diameter in millimeters;
- een NPS-maat rechtstreeks met 25,4 vermenigvuldigen;
- alleen DN of NPS vermelden en de wanddikte vergeten;
- schedule verwarren met een drukklasse;
- aannemen dat een gelijke buitendiameter dezelfde norm of staalsoort betekent;
- een duimse schroefdraadmaat verwarren met de buitendiameter van de buis.
Deze fouten kunnen de passing van flenzen en koppelingen, de hydraulische capaciteit en constructieve berekeningen beïnvloeden. Bij surplusbuizen en projectpartijen verdienen de werkelijke maatvoering, toleranties en beschikbare documentatie daarom extra aandacht.
Welke gegevens horen in een volledige buisspecificatie?
Voor een constructiebuis, mantelbuis, funderingsbuis of stalen buispaal vermeldt een volledige specificatie minimaal de werkelijke buitendiameter en wanddikte, lengte, staalsoort en productnorm. Ook toleranties, ovaalheid, lasmethode, uiteindebewerking, coating en materiaalcertificaat kunnen relevant zijn.
Voor een leidingbuis worden DN of NPS, schedule of wanddikte, materiaal, productnorm, drukklasse en verbindingstype vermeld. Bij flenzen, afsluiters en koppelingen hoort ook de componentnorm. DN en NPS vervangen nooit de volledige technische maatvoering wanneer passing, sterkte of belastbaarheid bepalend is.
Welke buismaat past bij uw toepassing?
Wilt u DN, NPS of een duimse buismaat correct koppelen aan de benodigde buitendiameter en wanddikte? Onze buizenspecialisten helpen u graag met de juiste buisspecificatie.





